
ReisMagazijn > Een rondreis door Algerije
De reis
Vooraf | Verhuizing |
Op weg naar Algerije |
In Algiers | De ruïnes van Tipasa |
In Oran |
Tlemcen
Zandduinen, rotstekeningen en oases |
Langs de Marokkaanse grens | Sleeën in de woestijn
Ontdekkingstocht in Timimoun | Het kerkje van pater De Foucauld |
In de M'Zab-vallei
Door de woestijn naar Touggourt |
Wandeling door de zandduinen | De markt van El Oued
Door het Aures-gebergte | De Romeinse ruïnes van Timgad |
Constantine | De ruïnes van Djemila
Het Lunapark van Setif |
De Apenkloof | Wandeling door Bejaja | Terug naar Zeralda
Vakantie in Sidi Fredj |
Terug naar Nederland |
Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Zandduinen, rotstekeningen en oases | Langs de Marokkaanse grens | Sleeën in de woestijn
Ontdekkingstocht in Timimoun | Het kerkje van pater De Foucauld | In de M'Zab-vallei
Door de woestijn naar Touggourt | Wandeling door de zandduinen | De markt van El Oued
Door het Aures-gebergte | De Romeinse ruïnes van Timgad | Constantine | De ruïnes van Djemila
Het Lunapark van Setif | De Apenkloof | Wandeling door Bejaja | Terug naar Zeralda
Vakantie in Sidi Fredj | Terug naar Nederland | Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Vakantie in Sidi Fredj
Zondag 7 januari 1990. Om acht uur - de zon komt net op - worden we wakker. Onder het ontbijt bespreken we onze plannen voor de komende week. Peter, onze wandelende reisgids, heeft een lijstje gemaakt van interessante plaatsen om te bezoeken. De afgelopen tijd hebben we het daar al verschillende keren met hem over gehad.
MoMo heeft alles prima geregeld. We vertrekken precies op tijd naar ons hotel in Sidi Fredj, uitgezwaaid door Ans, Dorothée, Peter en Nan. In een kwartiertje rijden we met een minibusje naar Sidi Fredj. Hotel El-Riadh is ook weer zo'n groot staatshotel. 't Maakt alleen een wat plezieriger indruk dan de kolossale flat in Zeralda omdat het voornamelijk uit laagbouw bestaat. Het is in feite een soort namaak-kashbah, een doolhof van in pseudo-traditionele stijl gebouwde appartementen met her en der kleine binnentuintjes. Bij aankomst blijkt men nog druk bezig met het schoonmaken van onze kamer. We wandelen wat rond in het hotel, door de grote lounge met mooie tapijten, naar het zonneterras met uitzicht op de Middelandse Zee - het hotel staat pal aan het strand.
Terug bij onze kamer is inmiddels alles in gereedheid gebracht. We hebben een ruime slaapkamer met douche, toilet (en mierennest). Hier zullen we het best wel een weekje volhouden! We pakken onze bagage uit en wandelen daarna naar het dorpje Sidi Fredj.
Sidi Fredj is de plaats waar in juni 1830 de Franse invasie begon. Het toeristenplaatsje ziet er schitterend uit in de zon. Het is echter wel erg klein: een paar winkels, een handvol restaurants, wat hotels en een luxe jachthaven - dat is het wel zo'n beetje. De oude Moorse muur die wij vanuit de verte zien blijkt een facade en oorspronkelijke huizen zijn op de vingers van een hand te tellen. Op een terras bij de haven eten we pannekoeken met suiker en jam. In de middag wandelen we over het strand terug naar het hotel. We zitten heerlijk in de warme zon op het terras met een kop lekkere koffie.
Later op de middag maken we een wandeling in oostelijke richting over het strand. Het ligt er wat verlaten bij. Hier en daar wat voetballende kinderen, een enkel paartje, hand in hand.
Een goede riolering kennen ze hier niet. Alle huizen en hotels lozen rechtstreeks op zee, via een in het zand gegraven sleuf. Fris is anders! Langs de strandweg staan vele auto's geparkeerd met vrijende paartjes. Zo worden we er weer eens aan herinnerd dat we ons in een islamitisch land met veel strengere zeden en gewoonten dan bij ons bevinden.
Tegen achten het diner in de eetzaal van El-Riadh. Een goed verzorgde maaltijd, in gezelschap van enkele katten. De avond brengen we op onze kamer door. Heerlijk, zo'n relaxt dagje na ruim twee weken iedere dag in de bus.
Maandag 8 - zaterdag 13 januari 1990. Openbaar vervoer naar Algiers blijkt er niet te zijn - of beter gezegd, het is er wel maar alleen in theorie! Gelukkig heeft ons hotel een busdienst georganiseerd. Voor 50 DA p.p. kun je 's morgens om half negen heen en 's middags om vier uur weer terug naar en van het centrum van de hoofdstad, een rit van zo'n drie kwartier.
Nog helemaal in het ritme van de rondreis staan we maandagochtend dus al weer gepakt en gezakt te wachten op de bus. In Algiers maken Marjan en ik een wandeling over de grote boulevard langs de haven en door de doolhof van de kashbah. We zien bijna geen buitenlanders op straat; dat komt omdat het seizoen nu wel echt voorbij is. De aanbieding voor het extra weekje aan de kust was niet voor niets zo goedkoop!
We zagen gisteren op onze wandelingen al snel dat er in Sidi Fredj en omgeving nauwelijks iets te beleven valt. Na een ochtendje zwerven door de stad strijken we neer in restaurant Cirta, in de benedenstad bij het busstation, voor de lunch - met veel rijst, want erg fit voel ik me niet. Of ik nu iets verkeerds gegeten heb of dat het door de vieze atmosfeer van benzinedampen in Algiers komt weet ik niet maar in de loop van de dag heb ik een paar keer een misselijk gevoel in m'n buik.
Na de lunch zoeken we bij het busstation naar een busverbinding met Sidi Fredj. Het enige dat in de buurt komt is een lijn naar Zeralda. Vanaf de doorgaande weg is het dan nog zo'n half uur lopen naar ons hotel ... We wachten wel op het hotelbusje, dat hier om vier uur komt voorrijden en maken nog een wandeling door het centrum van Algiers met z'n grote winkelstraten. Het weer betrekt in de loop van de middag. We schuilen in een sjieke salon de thé in Hotel Saphir in afwachting van de komst van ons vervoer terug naar El Riadh.
Dinsdag is het prachtig weer. We besluiten in Sidi Fredj te blijven. We brengen de ochtend door op het hotelterras met uitzicht op zee. Lunch in de Snack Bar in Sidi Fredj, een duur restaurant met vettig eten.
's Middags wandelen we naar Staoueli, een half uurtje lopen langs een vrij drukke tweebaansweg. Staoueli is niet meer dan een buitenwijkje, gelegen op een heuveltop nabij de doorgaande weg van Algiers naar het westen. We vinden hier ook de bushalte van de lijn Algiers-Zeralda. Het dorpje ziet er stil maar welvarend uit. Een mooie moskee, grote huizen en wat kleine industrie. Terug wandel ik nog even door naar Sidi Fredj voor wat snoep en ansichtkaarten.
Bij aankomst in het hotel blijkt dat de waterleiding niet meer werkt. Bij de receptie wordt ons verzekerd dat het mankement zo snel mogelijk zal worden verholpen. Na het diner in het hotel gaan we vroeg naar bed.
Woensdag 10 januari. Met het hotelbusje rijden we naar Algiers. Vandaag willen we naar Chrea, een plaatsje hoog in de bergen ten zuiden van Algiers. Na een kopje koffie in Es-Safir en enig zoeken op het spoorwegstation nemen we om 10.25 uur de trein naar Blida. We genieten van de gerieflijke treinreis en van de weersverbetering. Gaandeweg breekt de zon door.
Langs een groot aantal stationnetjes rijdt onze boemeltrein de heuvels in. Na een uur bereiken we Blida. We wandelen vanaf het station een brede boulevard met mandarijnenbomen in, die langzaam oploopt. Blida is gebouwd op een glooiende berghelling. Bij het busstation aangekomen blijken er echter geen bussen naar Chrea te rijden. Wat nu? Een taxi zou maar liefst 200 DA gaan kosten - wel wat veel voor een kort ritje.
Helaas is het Frans van de overigens best hulpvaardige Algerijnen maar moeilijk te verstaan. Uiteindelijk worden we iets wijzer. Er blijken zespersoons-taxi's te zijn, die ons voor een veel lager bedrag zouden kunnen vervoeren. Maar waar de standplaats daarvan is? Niemand weet het ons duidelijk te maken! Op het grote stadsplein, met in het midden een mooie antieke muziektent, nog uit de Franse tijd, drinken we wat.
Na enige omzwervingen door de oude wijken van Blida en een bezoek aan een gezellige, grote straatmarkt ontdekken we dan bij toeval in een zijstraatje de taxistandplaats die wij zoeken. Op onze vraag of hij ons naar Chrea kan brengen antwoord de chauffeur bevestigend en de prijs is verrassend laag: slechts 25 DA. We stappen in en na een minuut of tien wachten is de taxi vol. Marjan en ik zijn er zeer tevreden over dat het ons dan uiteindelijk toch nog zal lukken Chrea te bereiken. Eerlijk gezegd hadden we er tijdens onze wandeling door Blida allebei een hard hoofd in gekregen!
Helaas pindakaas. Het spel van vergissingen en spraakverwarring dat ons de hele dag al achtervolgt, is nog niet over. De taxi brengt ons in pijlsnelle vaart, over brede snelwegen, niet naar Chrea - maar terug naar Algiers! Voordat we dat in de gaten hebben, zijn we al weer in de buitenwijken van de Algerijnse hoofdstad. De chauffeur heeft ons helemaal verkeerd begrepen ...
Achteraf kunnen we er wel om lachen. En daar staan we dan weer op ons uitgangspunt bij het spoorwegstation, om twee uur 's middags. We maken nog wat van de dag met een wandeling door Algiers. Een bus terug in de richting Sidi Fredj vinden we wel maar na drie kwartier wachten blijkt de lijn niet te rijden, of te zijn opgeheven; we komen er niet achter wat er precies aan de hand is.
Een taxi dus maar weer. Gelukkig kunnen we de kosten delen met enkele Algerijnen die ook onze richting opmoeten. Er ontspint zich een gesprek met de chauffeur, die uit de omgeving van Sidi Fredj komt. Het blijkt dat de problemen met de waterleiding, waar wij gisteren mee werden geconfronteerd, zich al jaren voordoen in ons hotel. En inderdaad - eenmaal in het hotel blijkt er nog steeds geen water te zijn.
Dat wordt nu toch wel lastig. Na gisteravond en vanochtend is dit de derde keer dat we ons niet kunnen wassen. Bij de receptie wordt me nu met de hand op 't hart verzekerd dat er om half acht weer water zal zijn. En wonder boven wonder: Dat gebeurt werkelijk. We wassen ons en vullen, voor alle zekerheid, de in onze kamer aanwezige watertank. Schoon en verkwikt begeven we ons naar de eetzaal, waar de hotelkatten al op ons zitten te wachten.
Onder het eten maken we plannen om morgen een tweede poging te wagen op eigen gelegenheid het binnenland in te trekken, naar Tizi Ouzou ditmaal. De volgende ochtend blijkt echter het bed verleidelijker dan een nieuwe tocht in het onbekende. Ach, het is tenslotte vakantie! Tussen de middag wandelen we naar Sidi Fredj voor een pizza en pannekoeken a l'orange (met marmelade dus) op een terrasje aan de haven. Verder brengen we de dag door in het hotel, zonnend op het terras en lezend in de meegenomen boeken, een paar detectives voor mij een een dikke Engelse pocket voor Marjan.
De volgende ochtend. Laat ontbeten. Ik heb een beetje diarree - ongetwijfeld van de vette pannekoeken van gistermiddag. We blijven 's morgens in het hotel, wat lezend in het boekje dat ik kocht over het Aures gebergte en in de Dominicus reisgids. 's Middags maken we een wandeling langs het strand, richting Algiers. Een heel eind verderop, in the middle of nowhere, staan twee schamele restaurantjes langs het strand. Desondanks is het er knap druk, ook al is het weer niet zo best. De zon heeft zich vandaag nog niet laten zien.
Terug in het hotel werk ik m'n reisverslag bij. Tegen achten verzorgen we de bijvoeding van 'onze' altijd hongerige katjes.
Zaterdag willen we de voorgenomen tocht naar Tizi Ouzou maken. De plannen veranderen echter als we bij het opstaan merken dat het buiten stortregent.
Het is onze laatste vakantiedag in Algerije en we willen toch iets doen. Naar Algiers dan maar. Omdat in het weekend het hotelbusje niet rijdt, delen we een taxi met twee Belgische hotelgasten. Vroeg in de middag vertrekken we naar de stad. Onze taxichauffeur is een praatgrage Algerijn van 76 jaar, die maar niet kan begrijpen hoe het komt dat Belgen zo goed en Hollanders zo slecht Frans spreken! In Algiers spreken we met de Belgen, en onze taxichauffeur, een vertrektijd af: Half zes vanaf het Grande Poste.
Omdat het onze laatste vakantiedag is, besteden we nu maar eens wat aandacht aan de souvenirsjacht. Na enige tijd zijn we een mooie kan en schaal rijker. Al na een uur heb ik weer dat misselijke gevoel in mijn buik - ongetwijfeld van de geweldige luchtvervuiling in de stad. We zoeken een pattiseriezaak op, waar je boven kunt zitten. We installeren ons aan een tafeltje met uitzicht op de winkel beneden ons, met krant, koffie, croissantjes en Achmed Poezen.
Op de terugtocht naar La Grande Poste koopt Marjan nog een cake voor onze taxichauffeur, die dat 'bien aimable' van haar vindt. Bijna twee uur duurt de terugrit, want ook op zaterdag is hier een avondspits ...
Om acht uur ons laatste diner in Algerije. De avond brengen we door met inpakken voor de terugreis. Al met al is dit weekje in Sidi Fredj voor ons wel érg rustig geweest. Jammer, dat er hier in de omgeving helemaal niets te beleven viel. Enfin, een voordeel heeft dat wel: Geheel uitgerust kunnen we nu aan de terugreis en het vervolg van onze verhuizing naar Apeldoorn beginnen! Lees verder ...
HetMagazijn