
ReisMagazijn > Een rondreis door Algerije
De reis
Vooraf | Verhuizing |
Op weg naar Algerije |
In Algiers | De ruïnes van Tipasa |
In Oran |
Tlemcen
Zandduinen, rotstekeningen en oases |
Langs de Marokkaanse grens | Sleeën in de woestijn
Ontdekkingstocht in Timimoun | Het kerkje van pater De Foucauld |
In de M'Zab-vallei
Door de woestijn naar Touggourt |
Wandeling door de zandduinen | De markt van El Oued
Door het Aures-gebergte | De Romeinse ruïnes van Timgad |
Constantine | De ruïnes van Djemila
Het Lunapark van Setif |
De Apenkloof | Wandeling door Bejaja | Terug naar Zeralda
Vakantie in Sidi Fredj |
Terug naar Nederland |
Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Zandduinen, rotstekeningen en oases | Langs de Marokkaanse grens | Sleeën in de woestijn
Ontdekkingstocht in Timimoun | Het kerkje van pater De Foucauld | In de M'Zab-vallei
Door de woestijn naar Touggourt | Wandeling door de zandduinen | De markt van El Oued
Door het Aures-gebergte | De Romeinse ruïnes van Timgad | Constantine | De ruïnes van Djemila
Het Lunapark van Setif | De Apenkloof | Wandeling door Bejaja | Terug naar Zeralda
Vakantie in Sidi Fredj | Terug naar Nederland | Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
De Apenkloof
Zaterdag 6 januari 1990. Na het ontbijt, zoals gewoonlijk, weer snel op weg. Het is goed weer, zonnig, met slechts een enkel wolkje aan de hemel. De laatste dag alweer van onze rondreis door dit bijzondere land. Vanmiddag zullen wij afscheid nemen van onze reisgenoten, die via Algiers terugvliegen naar Nederland. Marjan en ik blijven nog een weekje aan de kust.
Net als gistermiddag rijden we weer door het prachtige berggebied van Klein Kabylië. Hoge, grillig gevormde rotsen rondom. Op een gegeven moment komen we bij een splitsing tussen een moderne snelweg met tunnels en een oud slingerweggetje rond een bergmassief. We nemen deze laatste route, die ons door een nauwe kloof voert. Hoge rotswanden torenen aan weerszijden van de bus omhoog. Buiten zien we een flinke apenkolonie, al helemaal gewend aan toeristische belangstelling, want ze zitten gewoon te wachten tot ze gevoederd worden.
We komen nu in de uitlopers van het gebergte. Wat later rijden we over een goede autoweg door een vlak landschap met akkerland en weiden. Op de achtergrond, ten noorden van ons, de laatste bergen van de Aures, met de hoge besneeuwde top van Djebel Babor.
Wandeling door Bejaja
We rijden langs Tichi naar Bejaia, aan de kust, waar we op eigen gelegenheid de stad verkennen. Marjan en ik wandelen omhoog naar een gezellig plein met terrasjes, waar mensen hun krantje zitten te lezen, wat drinken of gewoon lekker in de zon van het mooie uitzicht op de haven genieten.
Bejaia ligt tegen de rijkelijk begroeide oostflank van de Djebel Gouraya. Het is een oude stad; reeds ten tijde van de Feniciërs was Bejaia een uitvalshaven. In het hoogst gelegen gedeelte van de stad ligt een grote witte moskee, blinkend in de felle zon. Ik maak zelf nog een ommetje, omhoog en omlaag langs steile trappen en hellende straatjes naar het westelijke, moderne deel van Bejaia. Vanaf een brede verkeersader, die de stad doorklieft, heb ik uitzicht op een moderne havenstad. Veel flats, olieindustrie, een groot spoorwegstation. Terug bij het plein waar onze wandeling begon ontmoet ik Marjan weer en samen wandelen we terug naar de bus. Onderweg passeren we iets bijzonders in een islamitisch land: een slijterij. Hoe zoiets kan bestaan in een land waar alcohol verboden is zal wel altijd een raadsel blijven!
We lunchen in Les Hammanides. Het valt me op dat de eetzalen in deze grote hotels nog steeds getooid zijn met kerst- en nieuwjaarsversiering. Onder het eten - onze laatste gezamenlijke maaltijd op reis - wordt onze chauffeur en reisleider een afscheidskadootje gepresenteerd. De Belgische reisgenoten, die zich net als de Nederlanders in de loop van deze reis wat hebben afgezonderd in een eigen groepje, poseren voor een groepsfoto.
Over de hoogvlakte van Klein Kalybië, met op de achtergrond een indrukwekkende rij bergen met besneeuwde toppen, de Djebel Djurdjura, rijden we richting Algiers. In een wegrestaurant eten we broodjes met worst en een laatste Achmed Poes.
Terug in de bus val ik van de warmte in slaap. Marjan is bij Dorothée gaan zitten - die twee kunnen het goed met elkaar vinden. Dorothée zit in een wandelklubje waar wij ook belangstelling voor hebben. Ze zegt toe ons bij een volgende gelegenheid wel te willen introduceren. 't Lijkt ons een leuk vooruitzicht, zo'n wandelclub. Met z'n tweeën is wandelen ook leuk maar het komt er gewoon minder vaak van. En vooral Marjan spreekt het idee van een clubje van - volgens Dorothée - aardige mensen erg aan.
Terug naar Zeralda
Via de rondweg om Algiers komen we op 'bekend' terrein. Aan het begin van de avond arriveren we bij het hotel waar onze reis begon, Manzafran in Zeralda. Kamer 8112 maar liefst en weer een gekleurd plafond - grijs ditmaal. Om acht uur is het diner, een maaltijd volgens het gebruikelijke recept van soep, aardappelen, kip en sinaasappelen en dadels na.
Tijdens het daarna volgend afscheidsriteel worden adressen uitgewisseld voor de reünie op 1 april bij Hans en Mariëtte in Utrecht. MoMo neemt afscheid van ons. We brengen nog enkele gezellige uurtjes door in de hotelbar met onze Nederlandse reisgenoten. Tegen twaalven gaan we naar bed. Echt uitslapen is er ook nu nog niet bij, want om negen uur morgenochtend worden we bij de receptie verwacht voor onze transfer naar Sidi Fredj. Lees verder ...
HetMagazijn