
ReisMagazijn > Een rondreis door Algerije
De reis
Vooraf | Verhuizing |
Op weg naar Algerije |
In Algiers | De ruïnes van Tipasa |
In Oran |
Tlemcen
Zandduinen, rotstekeningen en oases |
Langs de Marokkaanse grens | Sleeën in de woestijn
Ontdekkingstocht in Timimoun | Het kerkje van pater De Foucauld |
In de M'Zab-vallei
Door de woestijn naar Touggourt |
Wandeling door de zandduinen | De markt van El Oued
Door het Aures-gebergte | De Romeinse ruïnes van Timgad |
Constantine | De ruïnes van Djemila
Het Lunapark van Setif |
De Apenkloof | Wandeling door Bejaja | Terug naar Zeralda
Vakantie in Sidi Fredj |
Terug naar Nederland |
Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Zandduinen, rotstekeningen en oases | Langs de Marokkaanse grens | Sleeën in de woestijn
Ontdekkingstocht in Timimoun | Het kerkje van pater De Foucauld | In de M'Zab-vallei
Door de woestijn naar Touggourt | Wandeling door de zandduinen | De markt van El Oued
Door het Aures-gebergte | De Romeinse ruïnes van Timgad | Constantine | De ruïnes van Djemila
Het Lunapark van Setif | De Apenkloof | Wandeling door Bejaja | Terug naar Zeralda
Vakantie in Sidi Fredj | Terug naar Nederland | Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Constantine
Vrijdag 5 januari 1990. Om zeven uur op. Het is zwaar bewolkt maar gelukkig droog. Een uur later rijden we Batna uit. De weg naar Constantine is niet lang maar wel kronkelig. We bevinden ons nog steeds in het Aures gebergte. We maken een stop in een kloof bij een Algerijns verzetsmonument. Even voor Constantine een tweede pauze bij een groot zoutmeer, het Sebkhet El Zemoul, waar de zon, die net even door de wolken dringt, een prachtig licht op werpt. Tijdens het laatste deel van deze etappe verslechtert het weer. De wind wakkert aan en het duurt niet lang of de regen stort met bakken uit de hemel.
Constantine is de belangrijkste stad van Oost-Algerije. Er wonen zo'n 600.000 mensen. Reeds in de oudste tijden was deze streek bewoond. Onder de Feniciërs heette de stad Cirta. De Numidiërs maakten zich rond 200 v.C. meester van de stad. De door een ravijn omgeven en op een reusachtige kalkrots gelegen stad was een ideale vesting. De Berbervorsten maakten het schier onneembare Cirta dan ook tot hun residentie, totdat de laatste van deze koningen, Jughurta, het onderspit tegen de Romeinen dolf. De stad kreeg haar huidige naam van keizer Constantijn, die haar na een mislukte opstand weer opbouwde. Na enkele eeuwen Romeinse en Byzantijnse overheersing kregen in 646 de Arabieren het heft in handen. In de zestiende eeuw werd Constantine onder de Turken het domein van de Bey van het oosten. De stad viel in 1837 in handen van de Fransen.
Een diep ravijn, de Gorges du Rhummel, scheidt het oude Constantine van de modernere wijken. Bij een van de bruggen over de kloof stappen we uit. Ondanks het slechte weer krijgen we van hier een goed idee van de stad en de omgeving. Haastig, het toestel zo veel mogelijk beschermend tegen de regen, draai ik een nieuw filmpje in m'n camera. In ijltempo wandelen we met MoMo door de kashbah met nauwe Frans aandoende straatjes met veel winkels. Veel manvolk maar nauwelijks vrouwen op straat. De meeste mensen gaan westers gekleed.
MoMo wijst ons het verzamelpunt: Het hotel waar we later zullen lunchen. Marjan en Peter ben ik tijdens de gehaaste wandeltocht uit het oog verloren - enfin, ze zullen niet in zeven sloten tegelijk lopen. Met de Fürsten, Hans en Mariëtte maak ik een wandeling door de kashbah van Constantine. Lang duurt het wachten in de komfortable verwarmde salon van het hotel op Marjan en Peter, die uiteindelijk als laatsten, door en door nat, arriveren. In de sfeervolle eetzaal kunnen we tijdens het middageten wat opdrogen.
De ruïnes van Djemila
In de middag na een mooie tocht door de bergen een korte stop in een klein dorpje. In het plaatselijke restaurant drinken we een kop koffie. De rest van de middag wordt gespendeerd aan een moeizame zoektocht naar Djemila dat we na uren rijden met meer geluk dan wijsheid vinden. Langzamerhand knapt het weer wat op en als we bij Djemila uit de bus stappen, begint zowaar de zon te schijnen.
Djemila, 'De Schone' in het Arabisch, is een van de beroemdste opgegraven Romeinse steden van Algerije, niet alleen vanwege de goede staat waarin de ruïnes verkeren maar ook vanwege de prachtige ligging te midden van idyllische natuur.
Djemila werd aan het eind van de eerste eeuw n.C. gesticht door keizer Nerva als garnizoensplaats voor gepensioneerde militairen. De stad heette toen Cuicul. Cuicul leefde voornamelijk van de landbouw - koren en olijven - en veeteelt. De stad beleefde haar hoogtepunt in de derde eeuw n.C. toen er zo'n 10.000 mensen leefden. Ondanks vreemde overheersers - Vandalen en Byzantijnen - is de stad nooit verwoest, zo bleek toen men in 1909 met de opgravingen begon.
Het museum van Djemila is van duidelijk minder allure dan dat in Timgad. Maar wat is ook deze ruïnestad prachtig! En zeker terwijl de nu laagstaande zon met haar stralen de eeuwenoude overblijfselen van Romeinse glorie in een zachtrood licht hult is de stad zonder meer indrukwekkend.
Via de grote triomfboog van keizer Caracalla uit 216 wandelen we naar de gave resten van de tempel van Septimus Severus uit 229, boven het plein van het nieuwe forum. Het indrukwekkende amfitheater hier bood plaats aan 3000 personen.
Ik maak naar hartelust foto's van poorten, tempels, termen, het kapitool - totdat, wanneer ik het filmpje wil terugspoelen, blijkt dat uitgerekend dit rolletje verkeerd in het toestel is gezet! Mijn haast in het regenachtige Constantine wreekt zich ... Gelukkig heeft Marjan hier ook de nodige foto's gemaakt - al is haar kamera niet helemaal in orde. Jammer! Djemila vind ik een van de schitterendste plekken van deze reis.
Na het bezoek aan Djemila rijden we door een prachtig, weelderig begroeid berggebied. Lang kunnen we echter niet van het mooie uitzicht genieten. Al spoedig valt de duisternis in. In het donker is het op de smalle bergwegen lastig rijden. Zonder ongelukken bereiken we evenwel ons hotel Al-Hidhab in Setif.
Het Lunapark van Setif
Het valt ons op hoe rustig het in het hotel is. Hier geen grote toeristenstromen zoals we ze in het zuidoosten van Algerije meemaakten. Ik vind deze rust wel zo prettig. We krijgen een warme kamer met een 'lopend toilet' - nummer 214 met alweer een wit plafond.
Na de avondmaaltijd nog wat nagetafeld met Ans en Dorothée. Daarna nog wat rondgewandeld in nachtelijk Setif met Nan, Peter en Marjan, door het Lunapark rond het hotel en langs brede Frans aandoende boulevards. Alles is gesloten en in de stad heerst rust. We zien nauwelijks een auto in de straten. In een koffiehuis brandt nog licht. Dichterbij komend blijkt echter dat er alleen maar wordt schoongemaakt.
Terug in het Lunapark - in arren moede hebben we besloten maar terug te keren naar het hotel omdat hier verder toch niets valt te beleven - ontdekken we een soort disco, met veel lawaai en knipperende lichten. Langs een klein dierentuintje met slapende ganzen, gazellen, een steenbok en een dromedaris, wandelen we er heen. De disco blijkt een café te zijn, Café des Sports geheten. Onder het 'genot' van keiharde raimuziek, die de ritmisch aan en uitspringende discolampen aanstuurt, drinken we er een kop koffie.
Daarna lopen we over het Lunapark terug naar ons hotel. Lees verder ...
HetMagazijn