Een rondreis door Algerije, 23 december 1989-14 januari 1990

ReisMagazijn > Een rondreis door Algerije

De reis

Vooraf | Verhuizing | Op weg naar Algerije | In Algiers | De ruïnes van Tipasa | In Oran | Tlemcen
Zandduinen, rotstekeningen en oases | Langs de Marokkaanse grens | Sleeën in de woestijn
Ontdekkingstocht in Timimoun | Het kerkje van pater De Foucauld | In de M'Zab-vallei
Door de woestijn naar Touggourt | Wandeling door de zandduinen | De markt van El Oued
Door het Aures-gebergte - De Romeinse ruïnes van Timgad | Constantine | De ruïnes van Djemila
Het Lunapark van Setif
| De Apenkloof | Wandeling door Bejaja | Terug naar Zeralda
Vakantie in Sidi Fredj | Terug naar Nederland | Naschrift

Eerste pagina van deze reis | De foto's
Door het Aures-gebergte

Donderdag 4 januari 1990. Vandaag worden we niet begroet door de zon, zoals de afgelopen tijd. Het is zwaarbewolkt, maar gelukkig nog wel droog.

Terwijl we door de uitlopers van het Aures gebergte rijden, begint het te regenen. Gelukkig ontmoeten we slechts weinig tegenliggers op de smalle en bochtige bergwegen. Zo'n 70 kilometer van Biskra rijden we langs een kleine uitvoering van de Grand Canyon - een honderden meters diepe rotskloof die zich kilometers lang voortzet. Op de bodem van deze Canyon de l'Oued El Abiod stroomt de rivier, met langs de oevers een aantal dorpjes, omzoomd door palmenoases. Op sommige plaatsen ontdekken we hoger gelegen nederzettingen die als het ware tegen de rotswanden zijn geplakt. Omdat hier uitsluitend gebouwd wordt met materialen die in de natuur voorhanden zijn valt zo'n dorpje nauwelijks op in de bruin-grijze steenmassa van het bergmassief. Vanaf twee uitzichtpunten die hier balcons heten, hebben we een prachtig uitzicht op de langgerekte canyon met z'n grillige klifrotsen - voor zover we niet aan de praat worden gehouden door kleedjesverkopers op Mobylettes!

We rijden nu door het meest woeste deel van het Aures gebergte. Hier liggen de hoogste toppen van Noord-Algerije: de Djebel Chelia (2326 meter) en de Djebel Mahmel (2321 meter). De Aures vormt de noordrand van het oostelijke gedeelte van de Sahara en scheidt de groene hoogvlakte van het dorre zuiden. Het gebergte is, zoals we al zagen, doorkliefd met woeste ravijnen en bergengtes en bedekt met dichte eikebossen, die meer naar het zuiden plaatsmaken voor olijfbomen en palmen.

Het is het gebied van de Chaouia, herders, de oorspronkelijke bewoners van dit gebied. De Chaouia zijn altijd een onafhankelijk volk geweest. Zij leefden van oudsher in zelfstandige vorstendommen en hebben zich altijd fel tegen iedere overheersing verzet: Romeinen, Vandalen, Arabieren en Fransen werden onophoudelijk gekonfronteerd met opstanden. Het is dan ook in de Aures dat in 1954 de Algerijnse revolutie begon.

Gestaag klimmen we omhoog in het gebergte. De regen is inmiddels veranderd in natte sneeuw. De wegen worden nog smaller en kronkeliger. Ik voel me misselijk worden. Gelukkig komen we dan vrij spoedig weer op een hoogvlakte met rechte wegen, en vlakbij de stad Batna.

Batna maakt ons de indruk van een doorsnee moderne stad zonder veel bezienswaardigheden, een echte woon- en werkstad dus. Batna is de hoofdstad van de Aures, gesticht in 1844 door de Fransen om de streek beter onder controle te krijgen. De Romeinen hadden om diezelfde reden al duizenden jaren eerder Tazoult en Timgad opgericht.

In hotel Celia logeren we in kamer 220 - alweer een wit plafond en, voor het eerst, een kamer met televisie. Er is een Algerijnse zender te ontvangen die een Bruce Lee-film, nieuws en muziek uitzendt. Tijd om in Batna even rond te kijken, is er niet. Marjan maakt vanaf het balkon een foto om zo toch een aandenken aan de stad te hebben.

De Romeinse ruïnes van Timgad

Na de lunch vertrekken we met de bus naar Timgad, de Romeinse ruïnestad. Mijn verwachtigen zijn hooggespannen. Het Parc Archeologique de Timgad moet echt iets bijzonders zijn. Bijna een uur doen we over de 36 kilometer die Batna van Timgad scheiden. En het giet ondertussen van de regen.

Bij de ingang krijgen we weer een lokale gids toegewezen, die ons in een doorweekte boernoes voorgaat langs het museumgebouw naar de overblijfselen van de stad. En daar heb ik me niets te veel van voorgesteld. Ondanks de regen is het een prachtig en indrukwekkend gezicht. Er is heel veel bewaard gebleven. Het stratenpatroon is grotendeels nog intact en van de huizen staat in veel gevallen nog zoveel overeind, dat je je met enige fantasie nog wel een voorstelling kunt maken van hoe een en ander er 2000 jaar geleden heeft uitgezien. De stad, op een lage heuvel aan de rand van een kleine hoogvlakte gelegen, is veel groter dan ik mij had gedacht. Door de uitgekiende ligging - daar waren de Romeinen evenals de Grieken meesters in - heb je zowel vanaf de voet als van de top van de heuvel een goed uitzicht op de stad.

Het Romeinse Thamugadi werd door keizer Trajanus aan het eind van de eerste eeuw na Christus gesticht als vestingplaats voor militaire veteranen. Sinds het midden van de derde eeuw was Timgad ook bisschopszetel en de Donatisten, Berberse christenen, hadden er een belangrijke aanhang. Na het vertrek van de Romeinen hebben verschillende andere volken de stad bewoond, maar na de invallen van de Arabieren in de zevende eeuw is de stad verlaten en heeft het woestijnzand zich er meester van gemaakt. In 1767 is de stad herontdekt en in 1880 zijn de eerste opgravingen begonnen. Timgad geldt, niet zonder reden, als een van de mooiste en best geconserveerde Romeinse steden in Noord Afrika.

We wandelen over de met grote rechthoekige stenen geplaveide hoofdstraat Cardo naar de heuveltop. Alles glimt en druipt van de regen. Onderweg passeren we termen, woonhuizen en winkels, de bibliotheek, tempels en, last but not least, een openbaar toilet, nog bijna helemaal intact, met dolfijnen als armsteunen langs het zitgedeelte. De latrines vormden een belangrijk sociaal ontmoetingspunt, waar niet alleen het hoogst noodzakelijke werd gedaan, maar waar ook allerlei nieuwtjes werden uitgewisseld. We komen uit op een groot plein, het vroegere forum. Langs de randen herinneren hoge zuilen aan de tempels en huizen van voorname Romeinen die hier eens stonden.

Even verder ligt het amfitheater. Net als eeuwen her biedt het een magnifiek uitzicht op stad en omgeving. We wandelen weer omlaag en bezoeken de thermen en ondergrondse kelders, in de tijd van de Romeinen in gebruik als opslagplaatsen en ovens. Langs de Tempel van Jupiter lopen we het marktplein op. Hier trotseren verschillende van de stenen 'kramen' al twintig eeuwen de tijd. Onder de triomfboog van Trajanus door wandelen we terug over Decumanus Maximus en Cardo naar het museum - en naar de twintigste eeuw.

In het museum bewonderen we de hier naar toe overgebrachte gebruiksvoorwerpen en beelden die in de stad zijn gevonden. En dat is een hele verzameling: potten in alle vormen en maten, glazen(!) vazen, chirurgische instrumenten, olielampjes met bijbelse voorstellingen - ook niet iets wat je bij de Romeinen zou verwachten, maar daar zijn de Donatisten natuurlijk debet aan - beeldjes van brons en steen, kruiken, bestek, munten, enfin, te veel om op te noemen.

Daarnaast heeft het museum in verschillende grote zalen de mooiste mozaïeken uit de stad ondergebracht. Steentje voor steentje zijn die uitgehakt en hier weer samengevoegd in oorspronkelijke staat. Er zitten werkelijk schitterende kunstwerken bij, sommige in zwart-wit, andere in prachtige sprekende kleuren. De mozaïeken, uit de tweede tot vierde eeuw na Christus, zijn zonder uitzondering groot. Ze beslaan hele wanden van de zalen, hallen eigelijk, van het museum. Marjan en ik zijn onder de indruk.

Bij het verlaten van het Parc Archeologique koopt Marjan een mooi Algerijns schaaltje van aardewerk, dat de verkoopster volgens eigen zeggen zelf maakte. Ik maak van de gelegenheid gebruik om in het souvenirswinkeltje een serie ansichtkaarten van deze historische plek te kopen. Van de vele fotoos die ik in de voortdurende plensregen maakte heb ik geen hoge verwachtingen.

Op de terugrit naar Batna breekt Marjans mooie houten ketting. De kralen rollen de hele bus door. Jammer, want het was een leuk ding.

Na het diner trekken we ons al spoedig terug op de kamer. Marjan breit aan mijn trui. Ik werk dit verslagje bij. Samen kijken we wat televisie. De douche geeft alleen koud water - morgen maar eens opnieuw proberen. Gelukkig doet de verwarming het wel, want het kan in de bergen 's avonds en 's nachts behoorlijk koud zijn in dit jaargetij. Lees verder ...