Een rondreis door Algerije, 23 december 1989-14 januari 1990

ReisMagazijn > Een rondreis door Algerije

De reis

Vooraf | Verhuizing | Op weg naar Algerije | In Algiers | De ruïnes van Tipasa | In Oran | Tlemcen
Zandduinen, rotstekeningen en oases | Langs de Marokkaanse grens | Sleeën in de woestijn
Ontdekkingstocht in Timimoun | Het kerkje van pater De Foucauld | In de M'Zab-vallei
Door de woestijn naar Touggourt | Wandeling door de zandduinen | De markt van El Oued
Door het Aures-gebergte | De Romeinse ruïnes van Timgad | Constantine | De ruïnes van Djemila
Het Lunapark van Setif
| De Apenkloof | Wandeling door Bejaja | Terug naar Zeralda
Vakantie in Sidi Fredj | Terug naar Nederland | Naschrift

Eerste pagina van deze reis | De foto's
Door de woestijn naar Touggourt

Dinsdag 2 januari 1990. Ik ben vergeten de wekker te zetten. Met enige haast staan we toch nog voor achten gepakt en gezakt voor het hotel, klaar voor de reis naar Touggourt.

Terwijl we de M'Zab Vallei verlaten, komt boven Ghardaia de zon op. Onder een strakblauwe hemel rijden we over kale vlakten naar Ouargla. Prachtig weer, ja, maar rondom ons wel het tot nu toe saaiste landschap van deze reis!

Voor we Ouargla bereiken zien we in de verte de reusachtige olie-installaties van Hassi Messaoud. De brandende fakkels van het industriecomplex spuwen hun vuur naar de hemel en het geheel vormt een vreemd schouwspel in de geweldige uitgestrektheid van de woestijn. Hassi Messaoud is een van de pijlers van Algerije's relatieve rijkdom.

Ouargla is een vrij moderne stad met veel flatwijken. In het centrum bezichtigen we het Sahara museum, ondergebracht in een voormalig Frans fort. Een toeristische woestijnroos-en tapijtjesmarkt is het startpunt van een korte wandeling door de stad. Via kleine steegjes komen Marjan en ik uit op de plaatselijke groentemarkt. Het is op de rijk voorziene markt een komen en gaan van karretjes, ezels en ronkende oude vrachtwagens en er heerst een gezellige drukte.

De bus brengt ons naar Hotel El Mehri, waar we lunchen. Een culinair welkom: dadels en geitemelk. De lunch zelf volgt het bekende patroon van de Algerijnse versie van een Europese maaltijd: een tomatensalade, patat met schaap en flan, een vlataartje, na.

De hele middag rijden we door een landschap van kale vlakten, afgewisseld met zandduinen. We passeren een proefterrein van een Amerikaans bedrijf, dat met een nieuwe irrigatietechniek landbouw wil gaan bedrijven in de woestijn. En met succes: tussen het gele zand doemen grote velden met heldergroen koren op, constant beregend door grote op rails langs de velden heen en weer rijdende sproeiinstallaties. Een wonderlijk gezicht.

Het landschap is saai en de zon zorgt voor flink wat warmte in de bus. Een flink stuk van de middag breng ik slapend door. Even voor Touggourt wordt druk gewerkt aan verbetering en verbreding van de weg. Dat is wel nodig ook, als je ziet hoe vaak die hier met zand onderstuift.

We bezoeken twee kleine dorpen, Tamelhat en Temacine. Hier zien we weer die typische bouwstijl van de Sahara, die zich onder andere kenmerkt door gedeeltelijk met palmboomstammen overdekte straten. Ook in Timimoun kwamen we dat tegen. In Tamelhat bevindt zich een versterkte zaouia - een godsdienstig centrum - uit de achttiende eeuw van de Broederschap van de Tidjani. De moskee en het mausoleum van een voorvader van de stichter van de kloostergemeenschap dateren al uit de dertiende eeuw. In Tamelhat is erg druk en dus helaas toeristisch. Voor de oude moskee staan wel vier, vijf bussen geparkeerd. Het wemelt hier van de kinderen die, bedelend of snuisterijen verkopend, iets aan ons proberen te verdienen. Het uitdelen van snoep en pennen is natuurlijk een groot succes. In een mum van tijd worden we omgeven door een horde kinderen.

De moskee is zeer oud en zeer vervallen. In de ruimte naast de koepel wordt een gebedsdienst gehouden. we luisteren naar de gezangen. Temacine gaan we niet in. Op het eerste gezicht lijkt het een aardig dorp, maar dichterbij gekomen blijkt het een vrijwel verlaten ruïnestadje te zijn.

Een lekker kopje thee is de begroeting in Hotel Oasis in Touggourt. Traditiegetrouw vullen we de kaartjes in met onze naam, adres, beroep, paspoortnummer, waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan - het gebruikelijke ritueel in Algerije bij het inchecken in de hotels. Oasis is weer een van die reusachtige, uitgestrekte hotelkolossen. Via een doolhof van lange gangen sjouwen we met onze bagage naar kamer 45. Het plafond is ditmaal hemelsblauw. Omdat het al wat later is gaan we zo gauw mogelijk op stap om nog iets van Touggourt te kunnen zien. Oasis ligt gelukkig vlakbij de oude stad.

Touggourt is een wat armoedig aandoende stad. De straten zijn ongeplaveid en overal is stof. Riolering is hier kennelijk nog onbekend. Rondwandelend worden onze neuzen geprikkeld door een veelheid aan minder aangename luchtjes. Hier en daar zijn de zijstraten overdekt met palmboomstammen, waarop weer woningen zijn gebouwd, of arcaden. De overheersende kleuren in de stad zouden wit en blauw zijn, ware het niet dat alles - behalve de moskee - er zo verveloos en vervallen uitziet.

Hier en naar stinkt het enorm naar het flessegas dat hier gebruikt wordt voor verlichting en koken. Door de stad lopen enkele wat bredere maar ook ongeplaveide straten, met hier en daar een winkel. Het is er nog stoffiger dan in de smalle zijstraten. Al kort na het begin van onze wandeling valt de schemering in. Er heerst geen prettige sfeer in deze haveloze stad, denk ik bij mezelf. Marjan vindt het nogal meevallen ook al wordt op groeten niet, of soms licht vijandig, gereageerd. Op de terugweg krijgen we een groepje pesterige kinderen achter ons aan. Al met al geen erg prettige ervaring, dit bezoek aan Touggourt.

Om acht uur eten: soep, kaaskoekjes, kip met rijst, ei en een pannekoek met marmelade na. Onder de maaltijd speelt een bandje vrolijke Arabische muziek. Mohammed en een Italiaanse reisleider laten zien dat ze behalve reizen begeleiden ook kunnen dansen. Ook dit hotel is weer goed gevuld met toeristen. Was het op het eerste deel van onze tocht, tot Timimoun, redelijk rustig, nu moeten we toch constateren dat we in een soort 'toeristenstroom' terecht zijn gekomen.

In de bar drinken en praten Marjan en ik nog wat na over deze dag met Peter. De band blijft de hele avond doorspelen. Gelukkig ligt onze kamer aan de andere kant van het hotel, denk ik bij mezelf als we tegen tienen naar onze kamer lopen en de klanken allengs verstommen. Lees verder ...