
ReisMagazijn > Een rondreis door Algerije
De reis
Vooraf | Verhuizing |
Op weg naar Algerije |
In Algiers | De ruïnes van Tipasa |
In Oran |
Tlemcen
Zandduinen, rotstekeningen en oases |
Langs de Marokkaanse grens | Sleeën in de woestijn
Ontdekkingstocht in Timimoun | Het kerkje van pater De Foucauld |
In de M'Zab-vallei
Door de woestijn naar Touggourt |
Wandeling door de zandduinen | De markt van El Oued
Door het Aures-gebergte | De Romeinse ruïnes van Timgad |
Constantine | De ruïnes van Djemila
Het Lunapark van Setif |
De Apenkloof | Wandeling door Bejaja | Terug naar Zeralda
Vakantie in Sidi Fredj |
Terug naar Nederland |
Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Zandduinen, rotstekeningen en oases | Langs de Marokkaanse grens | Sleeën in de woestijn
Ontdekkingstocht in Timimoun | Het kerkje van pater De Foucauld | In de M'Zab-vallei
Door de woestijn naar Touggourt | Wandeling door de zandduinen | De markt van El Oued
Door het Aures-gebergte | De Romeinse ruïnes van Timgad | Constantine | De ruïnes van Djemila
Het Lunapark van Setif | De Apenkloof | Wandeling door Bejaja | Terug naar Zeralda
Vakantie in Sidi Fredj | Terug naar Nederland | Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Ontdekkingstocht in Timimoun
Vrijdag 29 december 1989. Gelukkig vertrekken we pas in de middag. Marjan kan lekker uitslapen en krachten opdoen voor de reis naar Timimoun. Aan het weer mist ze in ieder geval niet veel. Als ik om half negen de gordijnen openschuif, tikt de regen tegen de ramen. Ik ruim de kamer een beetje op en maak een wandeling door de stad. Het valt me op hoeveel kinderen mij hier om geld of pennen - "stylo, stylo!" - vragen.
Na een uurtje wandelen terug naar het hotel, waar ik de spullen inpak voor de komende reis. Ik heb met de chauffeur zitplaatsen voorin de bus geregeld in verband met Marjan's ziekte. Bijkomend voordeel is dat we zo ook geen last meer hebben van de rook. Ze heeft vanochtend gelukkig lekker kunnen slapen en met de misselijkheid en de diarree gaat het al wat beter. Maar helemaal fit is ze nog lang niet.
Over kale vlakten met geërodeerde lage heuvels en gele zandduinen rijden we naar Timimoun. Onderweg passeren we enkele oases en het drooggevallen rivierdal van de Oued Saoura. Regelmatig zien de weg gedeeltelijk versperd door zandduinen. De borden met Danger: Sable staan er duidelijk niet voor niets.
Een zij-arm van de Saoura, die nog wat water bevat, kruist de weg. Zo rijden we in de woestijn nog even door het water!
Bij een klein gehuchtje, drie hutjes in het zand, houden we een korte stop. Er wordt druk gebedeld, om geld en pennen. Een klein meisje, dat geen partij is in het bedelgeweld van oudere broers en zusjes, komt met een zielig gezicht naar me toe: "Donnez-moi quelque-chose?"
Om zes uur arriveren we in Timimoun, een prachtige rood ommuurde woestijnstad, gebouwd in Soedanese stijl. Via de prachtig gestileerde stadspoort rijden we er binnen. Na een korte rondrit bereiken we ons hotel El Gourara. We hebben een kamer in een wat lawaaierige dependance, nummer 119 met wit plafond - niets bijzonders deze keer. Marjan gaat slapen; ik maak een wandelingetje. Helaas is het binnen een half uur al zo donker dat er nog maar weinig te zien valt van Timimoun.
Om acht uur gaan we aan tafel. We eten soep met brood, couscous en een sinaasappel na. Voor Marjan neem ik wat brood mee naar de kamer. Het is druk in het hotel; er zijn veel toeristen. In de eetzaal speelt een luiddruchtig bandje. Vooral Nan vind de muziek, een soort Arabische pop, niet om aan te horen, hetgeen ze duidelijk laat merken. Na de maaltijd ga ik naar Marjan, en naar bed.
Zaterdag 30 december 1989. Gelukkig alletwee weer beter en helemaal klaar voor het ontdekken van Timimoun! Vlakbij het hotel bevindt zich de wat lager gelegen palmentuin. Kleine stukjes grond, van elkaar gescheiden door irrigatiekanalen en smalle zandpaadjes, met kool, wortelen, graan en peper, overschaduwd door hoge palmen. Daarachter, tot aan de einder, het gele zand van de Sahara. Het is een komen en gaan van mensen met volgepakte ezels.
We wandelen de stad in, naar de oude ksar, grotendeels leeg en in verval. De gehele binnenstad is gebouwd in Soedanese stijl, die wordt gekenmerkt door de ronde vormen. Op veel plaatsen is de donkerrode keileem kunstig versierd, soms door met stokjes motieven in de nog zachte leem te krassen, soms door er met de handpalmen een patroon in te drukken.
Door nauwe en donkere, soms overdekte straatjes bereiken we de marktplaats. Daar is het een drukte van belang. Uit de dorpen in de omgeving zijn veel mensen naar Timimoun getrokken met hun handelswaar. We zien kippen, schapen, sieraden, kruiden, groenten en fruit. Enkelen hebben een stalletje gemaakt om hun waren te etaleren, anderen verkopen in de open lucht op een mat of zeil. De groente en fruit markt bevindt zich onder een overdekt gedeelte. Het is er druk. Mensen verdringen zich voor de koopwaar. We zien Berbers uit het noorden, Chaamba, Chora Haratine (afstammelingen van de profeet Mohammed), Nubiërs uit het zuiden en zelfs een enkele toeareg uit de onherbergzame bergstreken diep in de Sahara.
Over de hoofdweg, die evenwijdig aan de oude stadsmuur loopt, wandelen we langs het moderne hotel Oasis in de richting van de grote moskee waar we via een stadspoort terugkeren in de oude stad, met zijn smalle kronkelige straatjes, brokkelig van het verval. De architectuur is mooi, maar helaas is Timimoun wel een stad in verval.
Hier en daar kunnen we een glimp opvangen van het interieur van de woningen - merendeels verbazingwekkend modern. Alhoewel de kinderen vaak komen vragen om stylo, dinar, bonbon (of alledrie) en heel open overkomen, krijgen we met de volwassenen geen contact. De meesten ontwijken ons of zeggen op z'n best wat schuw gedag.
Door prachtig rood gekleurde steegjes en zandpaden, langs woonhuizen en een zeldzame winkel lopen we met een jonge gids naar de ruïne van het oude fort vanwaar we een mooi gezicht hebben op het ingewikkelde stratenpatroon van de ommuurde stad. Verderop loopt een irrigatiekanaal over straat waarin de was wordt gedaan. Een heel gedoe, met al dat zand en stof rondom. Goed ingezeept wordt het wasgoed over stenen schoongewreven en in het smalle waterstroompje uitgespoeld.
Ongemerkt zijn we al weer bijna bij ons hotel aangeland, zo bemerken we als we een smal straatje inlopen dat naar een palmentuin leidt. We ontmoeten onderweg Hans, Mariëtte en Peter. Gezamenlijk wandelen we nog wat straatjes door. In een overdekte steeg wordt, heel vriendelijk, het licht voor ons aangedaan. Zo kunnen we mooi de plafonds van leem en palmboomstammen zien.
In El Gourara pakken we in voor de komende reisdag en begeven ons naar de eetzaal voor de lunch: een lekkere tomatensalade, rijst met vlees en sinaasappelen en dadels toe.
Om half een vertrekt de bus naar onze volgende bestemming, El Golea. We rijden over de grens tussen de Grote Zandwoestijn en de Vlakte van Tademaït, door een landschap met kale rotsvlaktes, een enkel zandduin, in de verte een aantal tafelbergen. MoMo noemt die treffend een 'woestijn in de woestijn'.
De weg is kaarsrecht maar erg smal en regelmatig hobbelen wij over de rotsachtige bodem naast de weg als een tegenligger wil passeren. Hobbelen doen we bij tijd en wijle ook als we gewoon op de weg rijden. Door de grote temperatuursverschillen zijn er grote gaten in het asfalt gevallen en soms is de weg zo slecht dat we stapvoets moeten rijden.
Het kerkje van pater De Foucauld
Na een korte stop bij een nieuw gebouwde woestijnstad, M'Guiden, bereiken we tegen vijf uur 's middags, na 380 kilometer rijden, El Golea. De stad lijkt een groot park, omgeven als zij is door 200.000 palmbomen, die geïrrigeerd worden door middel van welputten in de bedding van de Oued Segguer. De witte huizen in de vrij ruim gebouwde stad steken af tegen het vele groen. We rijden door de stad naar het twee kilometer verderop gelegen dorpje Bel Bachir, waar we het oude kerkje waar pater De Foucauld begraven ligt bezoeken.
Charles de Foucauld (1858-1916) was een pater die zich in het begin van deze eeuw (1901-1905) in deze regio vestigde. Naast zijn religieuze activiteiten trok hij zich het lot aan van de lokale bevolking en in het bijzonder van de toearegs. Hij ging zelfs onder hem wonen in Tamanrasset en later in zijn kluizenaarshut in de Assekrem, hoog in het Hoggar-gebergte.
Het in nogal vervallen staat verkerende kerkje en de omgeving zijn ondergestoven door het zand. Een enkele palmboom steekt nog een stuk boven het zand uit. 'n Apart en ook wel beetje troosteloos gezicht, deze oude kerk in het door het opdringende zand met de ondergang bedreigde Bel Bachir. Iets verderop staat nog een nomadentent, waar we nieuwsgierig een kijkje nemen.
Verder met de bus door de buitenwijken van de stad naar de oude El Menia-ksar, helaas niet veel meer dan een tegen een steile berghelling geplakte ruïne. De stad ontleent haar naam aan deze ksar: El Golea betekent 'de citadel'.
We hebben wat getreuzeld bij het kerkje van De Foucauld en het begint alweer donker te worden als we de steile helling naar het fort opklimmen. We dwalen wat rond door de ksar, die in zo slechte staat verkeert dat de bouwwerken grotendeels onherkenbaar geworden zijn. Wel hebben we van boven een mooi uitzicht op de verlichte stad en de reusachtige palmentuin, die haar als een natuurlijke buffer omgeeft.
Stapvoets met een te grote bus door te smalle straten naar hotel El Boustein. Als we bij het hotel aankomen begint het net te regenen. 't Is even zoeken naar kamer 141 - geen water, maar wel een mooi lichtgroen plafond. Om acht uur is het diner, in een met toeristen en luide muziek van het huisorkestje gevulde zaal. Op de ramen zijn sneeuwvlokken geplakt. Zo worden we even herinnerd aan 'onze' feestdagen.
Op de met arcaden omgeven binnenplaats van het hotel is een prachtige tuin aangelegd, waar het heerlijk naar jasmijn ruikt. El Boustein betekent 'tuin' en ik moet zeggen, het hotel doet zijn naam eer aan.
Na het eten wandelen Marjan, Peter en ik door nachtelijk El Golea. Een stille verlaten stad. Peters plattegrond klopt niet, en het enige café is ook gesloten. Het is wel weer droog. Volgens Achmed, de reisleider die de eerste dag onze groep begeleidde en die we hier weer met een andere ontmoetten, heeft het in El Golea al vier jaar niet geregend en is de bui van vanavond echt iets bijzonders.
Een paar straten verderop ontmoeten we Nan, ook tevergeefs op zoek naar een cafeetje of koffiehuis. Het begint weer te spetteren en we wandelen terug naar het hotel. Ik breng nog enige tijd met Peter in de hotelbar door. Tegen elven naar bed. Lees verder ...
HetMagazijn