
ReisMagazijn > Een rondreis door Algerije
De reis
Vooraf | Verhuizing |
Op weg naar Algerije |
In Algiers | De ruïnes van Tipasa |
In Oran |
Tlemcen
Zandduinen, rotstekeningen en oases |
Langs de Marokkaanse grens | Sleeën in de woestijn
Ontdekkingstocht in Timimoun | Het kerkje van pater De Foucauld |
In de M'Zab-vallei
Door de woestijn naar Touggourt |
Wandeling door de zandduinen | De markt van El Oued
Door het Aures-gebergte | De Romeinse ruïnes van Timgad |
Constantine | De ruïnes van Djemila
Het Lunapark van Setif |
De Apenkloof | Wandeling door Bejaja | Terug naar Zeralda
Vakantie in Sidi Fredj |
Terug naar Nederland |
Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Zandduinen, rotstekeningen en oases | Langs de Marokkaanse grens | Sleeën in de woestijn
Ontdekkingstocht in Timimoun | Het kerkje van pater De Foucauld | In de M'Zab-vallei
Door de woestijn naar Touggourt | Wandeling door de zandduinen | De markt van El Oued
Door het Aures-gebergte | De Romeinse ruïnes van Timgad | Constantine | De ruïnes van Djemila
Het Lunapark van Setif | De Apenkloof | Wandeling door Bejaja | Terug naar Zeralda
Vakantie in Sidi Fredj | Terug naar Nederland | Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Langs de Marokkaanse grens
Donderdag 28 december 1989. Er is ingebroken bij Hans en Mariëtte! Een vervelende geschiedenis waar zij, en wij, behoorlijk van schrikken. Gelukkig is er niet veel weg, maar de schrik van het in het holst van de nacht wakker worden van een vreemde kerel in je kamer, laten Hans en Mariëtte niet een-twee-drie achter zich.
Al om half acht vertrekken we. We zitten op de derde rij achter de chauffeur, helaas met een stel paffende medereizigers voor ons. Van niet roken voorin de bus hebben ze kennelijk nog nooit gehoord ...
Het is een mooie tocht door een afwisselend landschap naar Bechar. Waar water in de buurt is, zien we weelderige begroeiing; in de drogere streken is die beperkt tot wat halfagras en een enkele gedrongen acacia. Bij Moghrar bezichtigen we een mooie oude kashbah. Daarna volgt een lange rit over steppen, door het Ksour-gebergte, langs nomaden en de spoorbaan (waarover de Sahara Express van Marokko naar Tunesië rijdt) naar Bechar. Een afstand van ongeveer 275 kilometer.
Halverwege deze rit loopt de weg door betwist grensgebied met Marokko. Dat betekent een strenge douanecontrole bij Beni Ounif. We moeten de paspoorten afgeven en doden de tijd door wat in het dorp rond te kijken. Buiten de moskee en het busstation is er echter niet veel te zien. Voor we onze paspoorten terugkrijgen, moeten we nog een lijst met onze namen en beroepen invullen. De twee Zwitserse dames op de rij achter ons, niet onaardig maar wel enigszins bekakt, zijn diep geschokt als Marjan als beroep femme de menage invult!
Na een lange rit over een grote steenvlakte bereiken we Bechar. Hier en daar komt kwartsgesteente aan de oppervlakte, dat ons in het licht van de zon, die af en toe achter de wolken vandaan komt, tegemoet schittert.
In Bechar rijden we via buitenwijken naar een winkeltje waar voedsel wordt ingeslagen. Bechar is van oudsher een kruispunt in de routes die de Middellandse Zee met Mali en Marokko met Tunesië verbinden. Voor vroegere reizigers, en ook voor ons, is Bechar de traditionele halte om proviand in te slaan. Na deze korte stop, waarbij wij vanuit de bus een blik slaan op een vrij armoedige omgeving, rijden we verder.
De weg naar Taghit, de eerste echte woestijnstad op onze tocht, is lang, recht en eentonig. Om ons heen een vlakke zee van zand en steen. Het weer verslechtert. Af en toe valt er wat lichte regen.
Verderop wordt het landschap weer wat bergachtiger. Taghit ligt in de uitlopers van het Ksour-gebergte. Tussen de rotsen zien we de eerste, okergeel gekleurde zandduinen opdoemen. In dit regenachtige weer lijkt het wel alsof zich plassen in de woestijn hebben gevormd; gezichtsbedrog want het is kwartsgesteente dat aan de oppervlakte komt. Hier en daar weet zich een eenzame boom, waarvan de wortels tot een onderaardse bron reiken, te handhaven. Een zeldzame ondergrondse stroom is aan de oppervlakte herkenbaar door een kronkelige strook vegetatie in de dorre vlakte.
We zien Taghit al van verre liggen. Het is een prachtige oase aan de rand van de Grote Erg, één van de onafzienbare zandwoestijnen die de Sahara rijk is. Voor een rij duinen van werkelijk reusachtige afmetingen zien we vanuit de verte een grote palmentuin, waar een uit roodbruine leem opgebouwde ksar bovenuit torent. Daar omheen zien we wat modernere bebouwing. Ook hier staat de tijd niet stil ...
We picknicken in de palmentuin: brood met tomaat, ei, kaas en vlees. In Taghit zelf houden we een korte koffiestop. Peter en ik maken van de gelegenheid gebruik om één van de reusachtige zandduinen, die de stad afschermen van de Grote Erg, te beklimmen. We zijn beiden nieuwsgierig naar het uitzicht over de zandwoestijn - na iedere top ontdekken we weer echter weer een nóg hogere zandheuvel ... Uiteindelijk nemen we, hijgend van de inspanning, genoegen met het uitzicht over Taghit.
Tien kilometer voorbij Taghit bevinden zich op een rotswand prehistorische tekeningen. Ze zijn mooier dan bij Tyout, eerder op onze reis, maar net zo onbeschermd. Je vraagt je af hoeveel toeristen hier komen - die handelaar met souvenirs zal hier toch niet voor niets zitten ... Overigens zijn de tekeningen hier onbeschadigd, voor zover ik kan zien.
De rotswand met de tekeningen bevindt zich op een mooi punt. De vlakte waarop we uitkijken wordt langzaam maar zeker door de woestijn veroverd. Heel goed is te zien hoe het zand oprukt tussen de steppe-vegetatie.
We rijden terug naar Taghit voor een wandeling door de ksar en de kashbah, waarbij we zien dat er in de ruïnes toch nog mensen leven. Wij dachten dat de ksar inmiddels onbewoond was, omdat we hoorden dat de bevolking ondertussen verhuisd is naar meer moderne behuizing in de 'nieuwe stad' rondom de oude ksar.
Verder met de bus naar Beni-Abbès, een rit van 130 kilometer langs palmentuinen, het eenzame huis van een heilige marabout, vlaktes en heuvels met kwartsgesteente en zandduinen in de meest grillige vormen die je je maar kunt voorstellen. Na enkele tientallen kilometers laten we de laatste uitlopers van het Ksour-gebergte achter ons en rijden we verder door een vlakke woestijn.
Beni-Abbès is een witte woestijnstad met veel schaduwrijke arcaden en een grote palmentuin. We logeren in hotel Rym, in kamer 122. Een lichtblauw plafond ditmaal. Achter het hotel bevindt zich een groot decor voor de nieuwe film van Bertolucci, The Sheltering Sky, naar het boek van Paul Bowles. Die film moeten we dus zeker gaan zien!
Sleeën in de woestijn
Op aanraden van MoMo beklim ik het grote zandduin dat zich voorbij de filmset bevindt. Vanaf de top ontrolt zich een prachtig panorama. De wereld lijkt één grote zandwoestijn, met okergele zandduinen zover het oog reikt. Een van de meest indrukwekkende panorama's van de reis.
In het westen ligt het moderne deel van Beni-Abbès aan mijn voeten terwijl in het noorden, aan de oevers van de droge brede bedding van de Oued Saoura, de oude kashbah ligt. Twee jongetjes zijn achter mij aan gelopen, net doend alsof zij mij gidsen. Enfin, ze kunnen Peter, die op enige afstand volgt, de weg wijzen. Als beloning beloof ik ze een afdruk van de foto die ik van ze maak. En daar nemen Gacem Abdelwahab en z'n vriend graag genoegen mee.
In de diepte zie ik inmiddels ook Marjan met in haar kielzog de Duitsers en een paar Belgische medereizigers aankomen. Het is op dit moment nog net licht genoeg om wat foto's te nemen. Jammer dat we zo vaak laat op de dag aankomen. Door de snel invallende duisternis op deze breedte blijft er vaak maar weinig tijd om rond te kijken.
Het is geweldig zand-sleeën op deze steile duinen, die net als die bij Aïn Sefra door de regen voorzien zijn van een dun, hard laagje. Tientallen jongeren vermaken zich er hier mee; het is druk op het duin. Op een vierkante decimeter karton suis ik de steile helling af. Een prachtige sport, jammer dat de klim omhoog zo lang en steil is!
In het halfduister wandelen we door de brede zandstraat, hoofdstraat van de oude kashbah, terug naar ons hotel. Ook hier heeft de moderne techniek haar intree gedaan, in de vorm van grote helle lampen, die straten en erven verlichten. Het laatste stukje van de route loopt door een modernere wijk, met grote witte huizen en zelfs een souvenirswinkel.
Een drankje bij het zwembad en dan lekker onder de douche. Na het eten tafelen we gezellig na en tegen elven gaan we naar bed. De limonade heeft een vervelend gevolg: Marjan wordt er ziek van. Ze is misselijk heeft diarree. Bij mij blijft het bij het laatste. 'n Onrustige nacht dus. Lees verder ...
HetMagazijn