
ReisMagazijn > Een rondreis door Algerije
De reis
Vooraf | Verhuizing |
Op weg naar Algerije |
In Algiers | De ruïnes van Tipasa |
In Oran |
Tlemcen
Zandduinen, rotstekeningen en oases |
Langs de Marokkaanse grens | Sleeën in de woestijn
Ontdekkingstocht in Timimoun | Het kerkje van pater De Foucauld |
In de M'Zab-vallei
Door de woestijn naar Touggourt |
Wandeling door de zandduinen | De markt van El Oued
Door het Aures-gebergte | De Romeinse ruïnes van Timgad |
Constantine | De ruïnes van Djemila
Het Lunapark van Setif |
De Apenkloof | Wandeling door Bejaja | Terug naar Zeralda
Vakantie in Sidi Fredj |
Terug naar Nederland |
Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Zandduinen, rotstekeningen en oases | Langs de Marokkaanse grens | Sleeën in de woestijn
Ontdekkingstocht in Timimoun | Het kerkje van pater De Foucauld | In de M'Zab-vallei
Door de woestijn naar Touggourt | Wandeling door de zandduinen | De markt van El Oued
Door het Aures-gebergte | De Romeinse ruïnes van Timgad | Constantine | De ruïnes van Djemila
Het Lunapark van Setif | De Apenkloof | Wandeling door Bejaja | Terug naar Zeralda
Vakantie in Sidi Fredj | Terug naar Nederland | Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Tlemcen
Dinsdag 26 december 1989. Na de regenbuien van vannacht is het bij het opstaan droog maar zwoel weer. We ontbijten in de snackbar op het complex. Bij het vertrek ontstaat wat vertraging. Als we de bus instappen, wordt ontdekt dat Nan er niet is. Gelukkig is er niets ernstigs aan de hand - ze ligt nog lekker te slapen!
Opnieuw vertraging. Na een half uurtje rijden blijkt dat we de verkeerde weg hebben genomen. Zo staan we een uur later weer voor Les Andalouses ...
Via Bou Thelis en Hassi el Chella rijden we langs het zoutmeer Sebkha d'Oran en een grote pijpleiding door een groene, al wat bergachtige streek naar Ain-Temouchent, een gezellig, Frans aandoend plaatsje. Mooie sierbestrating, veel mensen op straat, frisse groene bomen langs de weg. Waarschijnlijk regent het in deze streek vaak - net als nu trouwens. Kort na ons vertrek is het flink gaan regenen en het ziet er niet naar uit dat het spoedig droog zal worden. Regen is eigenlijk iets waarmee ik bij de voorbereiding van deze reis helemaal geen rekening heb gehouden!
Wij rijden nu door de Oranie, een streek in West-Algerije tussen de grens met Marokko in het westen, het Oued Rhiou in het oosten en de Sahara in het zuiden. Het is een vruchtbaar gebied, waar men hoofdzakelijk van de landbouw leeft.
Omstreeks één uur arriveren we in Tlemcen. Bij een uitzichtpunt op een hoge rots even de bus uit voor een blik op en een foto van de stad. Het is guur weer, met striemende regen en felle windvlagen. We kijken op de platte daken van de wijk beneden ons, waarop zich van alles afspeelt. De stad is erg uitgestrekt, kent weinig of geen hoogbouw en veel open plekken.
Tlemcen (150.000 inwoners) ligt op 830 meter hoogte aan de voet van het roodachtige Traras-gebergte, omgeven door veel wijngaarden en olijfbomen. De naam Tlemcen is afgeleid van het Berberwoord tilimsane, wat 'waterbronnen' betekent. Tlemcen is inderdaad een frisse stad met veel groen.
De stad werd gesticht door een koning van de Almoraviden, maar het waren de Zianiden in de twaalfde en dertiende eeuw die Tlemcen tot bloei brachten. Tlemcen was een belangrijke overslagplaats voor Afrikaanse en Europese producten. Het rijk van de Zianiden had verschillende vijandige aanvallen te verduren. De vorst van de Meriniden uit Fes, Abou Yacoub, belegerde de stad maar doordat succes uitbleef, raakten zijn legers uitgeput. In 1302 liet hij een 'buurstad' bouwen: Mansourah, de 'overwinnende'. Toen Abou Yacoub plotseling overleed, werd het beleg opgeheven en de inwoners van Tlemcen verwoestten Mansourah.
Met de bus rijden we omlaag langs de resten van Mansourah naar ons hotel in Tlemcen, Zianide. Nieuw, kolossaal, luxe. We raken er al aan gewend. Alles gaat even snel en soepel: het inchecken via de inmiddels bekende kaartjes-invullerij, de maaltijd in de nu al met Happy New Year versierde eetzaal - deze keer naast de salade een pastei, rijst met rundvlees en een puddinkje. Marjan en ik hebben een mooie kamer (217) met airco, ligbad en radio. We kijken op de binnenplaats van het hotel met een zwembad, veel palmen en een dubbele rij pilaren in Romeinse stijl. Deze keer een gewoon wit plafond!
Om half drie rijden we naar het heiligdom van Marabout Sidi Boumediènne, een moskee op een heuveltop aan de rand van Tlemcen. Sidi Boumediènne was een twaalfde-eeuwse mysticus uit Sevilla die al prekend door de Maghreb trok.
Langs een smal, hellend straatje lopen we omhoog naar de ingang van de moskee. Het regent nog steeds. Vies, bruin water stroomt in kleine beekjes over het pad omlaag. De grote moskeedeuren zijn nog gesloten dus we richten onze aandacht op een kleiner gebouw dat wat terzijde staat en wel open is. Het hangt vol met relikwieën.
Even later gaat de grote moskee open. Een mooi bouwwerk, geheel in Almoravidische stijl opgetrokken. De moskee werd gebouwd tussen 1337 en 1349. De moskee is rijk gedecoreerd maar doet toch nergens bombastisch of overdreven aan. We bezichtigen de binnenplaats - die net wordt schoongemaakt - en de vertrekken die daarop uitkomen.
Als we terug wandelen naar de plaats waar de bus geparkeerd staat is het droog. In de verte is zelfs een veeg blauwe lucht zichtbaar. We hebben nu een beter uitzicht op de stad dan vanaf de hoge rots waar we in weer en wind onze eerste blikken op Tlemcen wierpen.
Terug naar het stadcentrum. Nabij de Place Emir Abdelkader bezichtingen we de Sidi Bel Hassan-moskee, die als museum is ingericht. Een eclectisch geheel net als in Oran, met materiaal over de geschiedenis van Tlemcen, voorwerpen uit de prehistorie, een schelpenverzameling, opgezette dieren. Ook zijn er veel overblijfselen van het oude Mansourah te zien.
We hebben helaas geen plattegrond van de stad. Op eigen houtje verkennen we de omgeving van de Place Abdelkader. Een van de zijstraten is een echte winkelstraat, waar het wemelt van kopers en kijkers en waar de waren niet alleen in de kleine winkeltjes maar ook op straat zijn uitgestald. Tlemcen heeft altijd het voortouw genomen op het gebied van kunst en letterkunde, maar ook de ambachtskunst staat hier op hoog niveau.
Tlemcen was ons aangeprezen door MoMo, zoals onze gids Mohammed zich laat noemen om verwarring met de chauffeur die dezelfde naam heeft te voorkomen, als het centrum bij uitstek van de Almoravidische stijl. Daarvan vinden we echter niet veel terug tijdens onze omzwervingen en we verbazen ons over de lyrische verhalen over de stad die we onderweg van MoMo hoorden. Zo zie je maar weer, ieder z'n smaak.
Wel vinden we na wat omzwervingen Djemaa El Kebir, de grote moskee. Door een zijdeur mag ik even een kijkje nemen. In de grote ruimte liggen vele mannen geknield, verdiept in hun gebeden. Van het mooie interieur, dat op dat van de moskee in Cordoba moet lijken, kan ik niet veel ontwaren. Het is te donker.
Over een kashbah blijkt Tlemcen niet te beschikken. Het is een wat saaie stad, ruim opgezet, die eerder Frans of Spaans dan Arabisch aandoet.
Met dit natte, winderige weer en in dit jaargetijde, koud, zonder groen en met kale bomen is Tlemcen voor mij een anticlimax. Van alle mooie verhalen over de stad blijft in werkelijkheid niet veel over. Aanvankelijk maakten Marjan en ik nog bijna ruzie omdat ik zo veel mogelijk van de stad wilde zien, terwijl zij 't liever wat rustiger aan deed ... Nu, veel te zien is er gewoon niet en dus zoeken we de weg terug naar het hotel.
Even daarvoorbij ligt een Arabische begraafplaats, die we nog even bekijken. En ach, het weer wordt wat beter - laten we nog maar een stukje lopen. Via brede trappen bereiken we een hoger gelegen deel van de stad, vanwaar, terwijl de zon doorkomt, we een mooi uitzicht hebben over een groot deel van Tlemcen en de heuvelachtige omgeving.
Via een luxe buitenwijk bereiken we weer het stadscentrum. Het schemert al wat en het begint zowaar toch een beetje gezellig te worden in de stad. Er zijn wat meer mensen op straat, overal gaat verlichting aan, de koffiehuizen gaan open. We bekijken een interessante muziekwinkel en drinken op ons gemak kleine kopjes mintthee in een koffiehuis. Om ons heen het geroezemoes van Tlemcenezen, die zich even verpozen nu de werkdag is afgelopen.
Via smalle straatjes wandelen we naar de Place Abdelkader, in feite het stadshart waar ik vanmiddag zo driftig naar op zoek was. De snoepwinkel daar kunnen we natuurlijk niet links laten liggen. De chocola die Marjan er koopt, is mierzoet en lijkt wel op fondant. Terug naar het hotel, waar ik van onze reisgenoten alleen een Belgische dame, Ans en Dorothée aantref. Na het diner - deze keer geen enkele hint in de richting van de christelijke Kerstdagen - voor een drankje naar de hotelbar. Zelfs alcohol is in deze toeristenhotels te krijgen. Een wat plakkerige Algerijn biedt ons om onduidelijke reden een glas abrikozensap aan. Misschien is het mijn nuchtere westerse instelling, maar mijn sfeer is het toch niet echt, zo'n bar in een toeristenhotel waar wat jongelui uit de plaatselijke bevolking omheen draaien.
In ieder geval blijkt het op abrikozensap goed slapen. Lees verder ...
HetMagazijn