Een rondreis door Algerije, 23 december 1989-14 januari 1990

ReisMagazijn > Een rondreis door Algerije

De reis

Vooraf | Verhuizing | Op weg naar Algerije | In Algiers | De ruïnes van Tipasa | In Oran | Tlemcen
Zandduinen, rotstekeningen en oases | Langs de Marokkaanse grens | Sleeën in de woestijn
Ontdekkingstocht in Timimoun | Het kerkje van pater De Foucauld | In de M'Zab-vallei
Door de woestijn naar Touggourt | Wandeling door de zandduinen | De markt van El Oued
Door het Aures-gebergte | De Romeinse ruïnes van Timgad | Constantine | De ruïnes van Djemila
Het Lunapark van Setif
| De Apenkloof | Wandeling door Bejaja | Terug naar Zeralda
Vakantie in Sidi Fredj | Terug naar Nederland | Naschrift

Eerste pagina van deze reis | De foto's
In Oran

Maandag 25 december 1989. Ondanks het vroege uur is iedereen op tijd aan het ontbijt. Haastig spoel ik met wat koffie brood en jam naar binnen; om kwart over zeven al is het vertrek. We hebben vandaag een bustocht van 400 kilometer voor de boeg naar Oran, de tweede stad van Algerije.

Het is erg druk op de weg. Naar we later horen omdat er een ongeluk is gebeurd tussen Milana en Ain Defla. Om half elf een koffiestop in El Boustane. Verder over de drukke tweebaansweg door een vlakte met uitgestrekte landerijen, een enkel dorpje, wat industrie. Deze streek moet veel te lijden hebben gehad van erosie, denk ik. Ondanks de nabijheid van de Middellandse Zee maakt het boomloze glooiende landschap een kale, dorre indruk. Een blik in de reisgids leert echter een heel ander verhaal: op 10 oktober 1980 werd de vlakte van Ech Cheliff getroffen door een verschrikkelijke aardbeving. Wat ik voor erosieverschijnselen hield, zijn de verwoestingen die door de beving van 1980 zijn veroorzaakt.

Naarmate de dag vordert komt er wat bewolking opzetten. Door het vele verkeer zit er niet veel schot in. 'n Saaie reis.

Even voor Oran verandert de tweebaansweg in een echte snelweg. Dwars door de stad rijden we naar de Boulevard de Front de Mer. De bochtige kustlijn volgend, rijden we langs de haven de stad weer uit naar het 40 kilometer westelijker gelegen vakantiedorp Les Andalouses, waar we tegen drie uur aankomen. Les Andalouses, met zijn hotels, restaurants, winkeltjes, sportaccomodatie, dancings en terrasjes is het uitgaanscentrum van Oran.

Eten in een kale, kantine-achtige zaal, die alleen door de aanwezigheid van wat katten wordt opgefleurd. Een salade, schapenvlees met patat en taart na. Na de maaltijd rijden we snel terug naar Oran, waar we worden afgezet bij het gemeentemuseum De Maeght. 't Is wat, 80 kilometer omrijden voor een maaltijd!

Maar goed, het museum met z'n unieke prehistorische voorwerpen en negentiende-eeuwse inrichting is de moeite waard en daarna kunnen we op eigen gelegenheid de stad in. We maken een wandelingetje langs grote winkelstraten en pleinen. De stad maakt nog steeds, twintig jaar na de koloniale tijd, een Franse indruk.

Volgens de Arabische overlevering werd Oran door Arabieren uit Andalusië gesticht. Zij bouwden er de eerste pier in 903, op de plaats waar in de prehistorie het Berberse Ifri (dat betekent 'grotten') lag. De haven beleefde een bloeiperiode onder de Almohaden en de Zianiden van Tlemcen.

In de Franse tijd ontwikkelde de stad zich snel tot de belangrijkste handelshaven van West-Algerije. De stad heeft tot op heden haar negentiende-eeuwse karakter weten te bewaren. Voor hoe lang is de vraag, want de opkomst van de olie- en gasindustrie blaast de stad in snel tempo nieuw leven in.

Terug naar Les Andalouses. In een vierkante blokkendoos krijgen we kamer 2102 toegewezen. 'n Donkerbruin plafond deze keer. Tijdens het tandenpoetsen een vreemd gevoel in mijn mond: de vulling van m'n voortand is eruit! Gelukkig heb ik er geen pijn aan en al te opvallend is het ook niet. Marjan schrikt er in eerste instantie meer van dan ik.

Ter compensatie staat er een heerlijk diner op ons te wachten. Het is vandaag Eerste Kerstdag, iets waaraan ik eigenlijk nu pas voor het eerst denk. Het menu bestaat uit soep, rijst met kip en pudding na. Erbij een lekkere Algerijnse wijn, die echter gebotteld blijkt in Amsterdam, wat in ons gezelschap natuurlijk de nodige hilariteit veroorzaakt.

De avond brengen we door in de Salon de Thé, met - hoe kan het ook anders, een kopje thee. In de nacht verslechtert het weer. Het waait en regent. Ik word er een paar maal wakker van. Lees verder ...