
ReisMagazijn > Een rondreis door Algerije
De reis
Vooraf | Verhuizing |
Op weg naar Algerije |
In Algiers | De ruïnes van Tipasa |
In Oran |
Tlemcen
Zandduinen, rotstekeningen en oases |
Langs de Marokkaanse grens | Sleeën in de woestijn
Ontdekkingstocht in Timimoun | Het kerkje van pater De Foucauld |
In de M'Zab-vallei
Door de woestijn naar Touggourt |
Wandeling door de zandduinen | De markt van El Oued
Door het Aures-gebergte | De Romeinse ruïnes van Timgad |
Constantine | De ruïnes van Djemila
Het Lunapark van Setif |
De Apenkloof | Wandeling door Bejaja | Terug naar Zeralda
Vakantie in Sidi Fredj |
Terug naar Nederland |
Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Zandduinen, rotstekeningen en oases | Langs de Marokkaanse grens | Sleeën in de woestijn
Ontdekkingstocht in Timimoun | Het kerkje van pater De Foucauld | In de M'Zab-vallei
Door de woestijn naar Touggourt | Wandeling door de zandduinen | De markt van El Oued
Door het Aures-gebergte | De Romeinse ruïnes van Timgad | Constantine | De ruïnes van Djemila
Het Lunapark van Setif | De Apenkloof | Wandeling door Bejaja | Terug naar Zeralda
Vakantie in Sidi Fredj | Terug naar Nederland | Naschrift
Eerste pagina van deze reis | De foto's
Op weg naar Algerije
Zaterdag 23 december 1989. In alle vroegte werken we, nog half slaperig, het ritueel van aankleden, wassen en eten af. Om zeven uur staan we op het NS-station. Het loket is nog gesloten en in de trein is geen controle: een goedkoop begin van onze vakantie! Op Amsterdam CS haal ik twee kaartjes naar Schiphol.
't Blijft toch een prima verbinding, deze spoorlijn naar de luchthaven. Twintig minuten later al wandelen we over de étage boven de vertrekhal op zoek naar het Sabena-kantoor. Eenmaal gevonden blijkt het kantoor nog gesloten te zijn. Op de deur hangt echter een briefje voor Marjan dat er kort naar achten iemand zal komen om haar ticket uit te schrijven. Dat gebeurt, en in een mum van tijd is de zaak geregeld. Verhuizing achter de rug, tickets in orde - wat ons betreft, kan de vakantie beginnen!
Algerije is qua ligging en geschiedenis tegelijkertijd een Afrikaans, Arabisch, oosters en Middellandse Zee-land. Het ligt in het midden van de groep Noordafrikaanse landen die de Maghreb, 'de landen van het westen', wordt genoemd: Marokko, Algerije en Tunesië. Algerije grenst in het oosten aan Tunesië en Libië, in het westen aan Marokko, in het zuidwesten aan Mauretanië en de westelijke Sahara en in het zuiden aan Mali en Niger. Na Soedan is Algerije het grootste land van Afrika en het tiende land in grootte ter wereld. Er leven 25 miljoen mensen.
Algerije is een land met vele gezichten. In het noorden wordt een kuststrook van 1200 kilometer omspoeld door de Middellandse Zee. Stranden en kreekjes met schilderachtige namen, die voor een deel ontleend zijn aan de verschillende volken die hier hebben gewoond, worden afgewisseld met plotseling uit de Middellandse Zee oprijzende, moeilijk toegankelijke, steile klifkusten. De Middellandse Zee is hier aanmerkelijk warmer dan aan de Europese zijde. In de Algerijnse gebergten van Kalybië, de Aures en de Ouarsenis, blijft het in het hartje van de zomer echter koel onder de eeuwenoude cederbomen. De hooglanden, ingesloten tussen de Tell-Atlas en de Sahara-Atlas, vormen het rijk van kudden schapen, uitgestrekte korenvelden en halfa-gras. Maar ook de fata morgana, de bekende luchtspiegeling, is hier te zien. En dan is er nog dat geheel andere, meest fantastische aspect van Algerije: de Sahara, nu eens een oceaan van zandheuvels, dan weer rotsachtig hoogland of maanlandschap.
Op dit vroege uur is het nog rustig op Schiphol. Het inchecken loopt gesmeerd; onze bagage zal in Brussel automatisch worden overgeladen in het vliegtuig naar Algerije.
Bij de taxfree winkeltjes dwaalt een vroege kerstman rond. 't Is een grappig gezicht hem een beetje vertwijfeld te zien zoeken naar de slechts spaarzaam aanwezige kinderen onder de passagiers. Veel werk is er niet voor hem. In het restaurant boven, drinken we een kop thee. In alle rust bekijken we de zonsopgang boven het vliegveld. Precies volgens schema stappen we aan boord van de F28 van Sabena voor de korte vlucht naar Brussel.
De Belgische luchthaven is toch wel een contrast met Schiphol, zo stellen we enigszins chauvinistisch vast. Het ziet er allemaal wat rommeliger en minder onderhouden uit. Na de transferformaliteiten wandelen we door een binnenstraat met winkels en namaak-taveernes naar pier 54. We vertrekken met een korte vertraging van een half uur. Marjan en ik zitten helemaal achterin de Boeing 737. Naast ons zit een klein meisje van zes jaar dat helemaal alleen naar Algiers reist. In het begin vallen er wat traantjes want het is toch wel erg spannend, helemaal alleen op reis. Maar na een praatje klaart het gezichtje van Feriël al snel weer op.
We hebben tot nu toe tevergeefs uitgekeken naar mogelijke medereizigers onder de passagiers. Nergens een label of iets dergelijks te zien dat in de richting van Rencontre Reizen wijst.
Boven Zuid-Europa is het helder weer. Tien kilometer beneden ons zien we de Alpen, de Pyreneeën en later de Balearen langzaam voorbij glijden. Boven de kust van Noord-Afrika hangt enige bewolking. Zo hier en daar kunnen we nog een glimp van het landschap opvangen. Na wat cirkelen boven Algiers zet de piloot de landing in en om half drie staan we dan - ik voor het eerst - op Afrikaanse bodem.
In een klein half uur worden we langs de paspoortcontrole naar de aankomsthal geloodst, waar een vrouw met een bordje Rencontre ons opwacht. We halen onze bagage van de lopende band en voegen ons bij de medereizigers. Langs de douane naar buiten, waar al een bus voor ons klaarstaat met maar liefst vier gidsen aan boord.
Langs morsige industrieterreinen en door westers aandoende buitenwijken rijden we naar Hotel Manzafran in Zeralda. Het kleine dorp, dat even ten westen van Algiers aan de Middellandse Zeekust ligt, valt in het niet bij het reusachtige toeristenkomplex dat hier door ONAT (Office National de l'Animation de la Promotion de l'Information Touristique), het nationale Algerijnse toeristenbureau, uit de grond is gestampt.
Na aankomst bij het hotel, een even gigantisch als troosteloos flatgebouw, zien we onze vier begeleiders schielijk verdwijnen. Zelf maar ingecheckt, dus. Manzafran biedt een luxe aanblik, met veel marmer, grote leren banken en prachtige tropische planten. Het is gebouwd in een namaak-Arabische stijl met veel pilaren, bogen, lichthoven en een binnentuin.
Een van de portiers gaat ons voor met Marjan's bagage. Door een doolhof van brede trappen en gangen bereiken we onze kamer. Nummer 8209 maar liefst ... De portier wil graag dat wij geld bij hem wisselen - zwart natuurlijk. Voordat we daar op ingaan, wil ik toch eerst eens wat meer zicht op de geldende wisselkoersen hebben en de portier vertrekt met een nijdig gezicht; geen deal en zelfs geen fooi, want we hebben nog helemaal geen Algerijnse valuta - invoer vanuit het buitenland is immers verboden. Onze kamer is overigens prima, met douche en toilet en uitzicht op wat kale heuvels landinwaarts. Opvallend is het olijfgroen geschilderde plafond, om niet te spreken van de gordijnen, die een meter te lang zijn.
We frissen ons wat op en begeven ons naar de lobby. Daar wisselen we wat geld en ontdekken dat er nog ruimschoots tijd is voor een wandeling voor het diner.
We verlaten het toeristencomplex rond het hotel, een verzameling fantasieloze witte blokkendozen met op een centraal pleintje een verrassend leuk beeldhouwwerk dat een school vissen lijkt voor te stellen. We wandelen westwaarts langs de waterlijn. Het brede zandstrand gaat in de verte over in een gebergte, de Djebel Chenoua. Achter ons, ten oosten van Zeralda, ligt op een kaap het badplaatsje Sidi Fredj, waar we de laatste week van deze vakantie zullen doorbrengen.
Het strand is verlaten. De laagstaande zon werpt een warme gele gloed over het zand en de rustig kabbelende Middellandse Zee. 't Is weer iets heel anders, een vrijwel ongerepte Middellandse Zeekust. Kom daar maar eens om in Spanje of Italië! Ongerept is overigens niet hetzelfde als schoon. Her en der vinden we afval, ongetwijfeld een overblijfsel van het zomerseizoen. Achter een rij lage duintoppen ontdekken we het oude dorp Zeralda, helaas te ver weg om nog voor donker te kunnen bereiken.
Vanaf een aangespoeld stuk boomstam genieten we in alle rust van een schitterende zonsondergang. Als de zon eenmaal weg is, koelt het snel af. We wandelen terug en verkennen het toeristencomplex, met de onvermijdelijke disco, een nachtclub en een Milkbar - we zijn tenslotte in een islamitisch land. In een snackbarretje drinken we een kop koffie. Ook hier is de barkeeper tuk op zwart wisselen.
Tegen half acht zijn we terug in het hotel waar, zo horen we van medereizigers, nog geen duidelijkheid is over het verdere verloop van onze tocht. De gidsen die ons hierheen brachten, zijn spoorloos en het hotelpersoneel weet van niets.
Verwarming is er niet in het hotel en de afkoeling buiten laat zich ook binnen voelen. In een kille eetzaal, compleet met een stel duidelijk aanwezige katten, zitten we met andere reizigers aan een lange tafel. Uit de gesprekken over en weer blijkt dat men een aantal verschillende reizen heeft geboekt. In onze groep voor de Grand Route Algeriènne zitten veel Belgen (die via reisbureau Nouvelles Frontieres boekten), enkele Zwitsers en Duitsers en met ons mee acht Nederlanders. Anderen boekten voor wat kortere trips door Noord-Algerije, naar de Romeinse ruïnes of woestijndorpen.
Ik voel me niet fit. 'n Beetje flauw van de kilte en honger en wat hoofdpijn. Van de maaltijd die ons wordt voorgezet word ik in eerste instantie ook niet vrolijker. We beginnen met een smakeloos soepje van onduidelijke samenstelling, gevolgd door olijven en wortelen, aardappelen en bleke gehaktballetjes. Obers zetten wat manden met hard, grauw brood op tafel - "Regeringsbrood", zegt Ans, een kleine kordate verpleegkundige die vanwege de kou met haar jas aan aan tafel zit. Tijdens het eten kondigt een net aangekomen gids voor één van de andere tochten aan dat onze reisbegeleider morgenochtend zal arriveren. We nemen het voor kennisgeving aan.
Alhoewel wat smakeloos en aan de vette kant is het eten toch niet slecht en langzaam kom ik weer wat bij. Ik moet ook niet zeuren. Menigeen in Algerije zou in z'n handen knijpen voor zo'n maaltijd. Tijdens het eten verbetert niet alleen bij mij maar ook bij de reisgenoten de stemming. Er wordt het nodige gepraat en afgelachen. Het toetje bevalt me het best: Lekkere verse mandarijnen en sinaasappelen.
Omdat er verder niets te doen is in hotel of omgeving, gaan Marjan en ik vroeg naar bed. Een flinke nachtrust kunnen we best gebruiken na de drukke dagen die achter ons liggen.
De informatie over Algerije bevat citaten uit verschillende reisgidsen en encyclopedieën.
Lees verder ...
HetMagazijn