Op reis
Het Overijssels Havezatenpad: Elfde etappe, van Giethoorn naar Oldemarkt
Inleiding en fotoseries |
Eerste etappe, van Oldenzaal naar Drienerlo
Tweede etappe, van Drienerlo naar Delden |
Derde etappe, van Delden naar Goor
Vierde etappe, van Goor naar Rijssen |
Vijfde etappe, van Rijssen naar Nijverdal
Zesde etappe, van Nijverdal naar Ommen |
Zevende etappe, van Ommen naar Dalfsen
Achtste etappe, van Dalfsen naar Zwolle |
Negende etappe, van Zwolle naar Zwartsluis
Tiende etappe, van Zwartsluis naar Giethoorn |
Elfde etappe, van Giethoorn naar Oldemarkt
Twaalfde etappe, van Oldemarkt naar Steenwijk
Een rondwandeling door het Land van Vollenhove
Tweede etappe, van Drienerlo naar Delden | Derde etappe, van Delden naar Goor
Vierde etappe, van Goor naar Rijssen | Vijfde etappe, van Rijssen naar Nijverdal
Zesde etappe, van Nijverdal naar Ommen | Zevende etappe, van Ommen naar Dalfsen
Achtste etappe, van Dalfsen naar Zwolle | Negende etappe, van Zwolle naar Zwartsluis
Tiende etappe, van Zwartsluis naar Giethoorn | Elfde etappe, van Giethoorn naar Oldemarkt
Twaalfde etappe, van Oldemarkt naar Steenwijk
Een rondwandeling door het Land van Vollenhove
Zaterdag 29 januari 2011. Op een mooie maar koude winterdag nemen we de bus naar Giethoorn om het Overijssels Havezatenpad te vervolgen. We zijn toe aan de laatste loodjes; dit weekend wandelen we de laatste twee etappes van het 272 kilometer lange pad van Oldenzaal naar Steenwijk. Een betere én mooiere manier om Overijssel te leren kennen, is er niet!

Bij Halte Kerkweg steken we de provinciale weg over en wandelen het oude veenmoeras ten westen van Giethoorn binnen, tegenwoordig een strak polderlandschap. Landerijen en boomtakken zijn wit berijpt. Verderop maken de landerijen ter linkerzijde plaats voor een waterrijk bosgebied. In dit bos ligt de grootste eendenkooi van West-Europa, de Otterskooi. Aan de overkant rust - dus niet toevallig - een grote groep eenden in het weiland. Voorzichtig lopen we er langs - maar niet voorzichtig genoeg, want ze vliegen op. Jammer dat we ze verstoorden, maar niettemin een overweldigend gezicht, duizenden vogels die als één geheel het luchtruim kiezen.

Een lange rechte weg met nauwelijks verkeer brengt ons in het plaatsje Muggenbeet. De naam Muggebeet is afgeleid van het gelijknamige watertje, dat in de veertiende eeuw Muggenbeet werd genoemd. Een toepasselijke naam, in een tijd dat je niet even naar de drogist liep voor een insectenspray!
Voorbij Muggenbeet wandelen we langs de oevers van de Roomsloot, de vaarverbinding tussen de Wieden en de Weerribben, langs uitgestrekte rietlanden en griendbossen. We lopen hier over brede graspaden. Hier en daar is het water zo breed, dat het eerder op een meer dan op een sloot lijkt. Van alle kanten zingen de vogels. Ook hier zien we weer enorme groepen eenden bij elkaar op het weiland. Dit is een prachtig stukje! Zo bereiken we aan het begin van de middag de kleine buurtschap Nederland. Er zullen weinig plaatsen in het land zijn waar zoveel woordspelingen op gemaakt zijn; ik laat ze hier dus voor de verandering maar eens achterwege.

Over de kade van de brede Heer van Diezen Vaart wandelen we naar Kalenberg. In het land is verrassend veel bedrijvigheid. Januari is de maand dat het riet geoogst wordt. De rietsnijders - die samen 1200 hectare aan rietlanden jaarlijks in De Weerribben beheren - maken gebruik van het droge weer om het riet te maaien.
Het riet wordt eerst gemaaid, schoongemaakt van de meegemaaide andere planten en hierna in dikke veldbossen gebonden. De veldbossen worden in rietschoven bij elkaar gezet. Op deze manier wordt het riet niet al te nat als het gaat regenen.
Voor het broedseizoen moeten de rietsnijders klaar zijn met hun werk in de rietlanden, dus zodra het hele rietland gemaaid is worden de veldbossen van het rietland afgehaald en naar een opslagplaats gebracht. Hier worden de veldbossen doorgebonden tot handelsbossen. De handelsbossen in De Weerribben hebben een bandbreedte van 46 centimeter. Het riet in De Weerribben wordt voornamenlijk gebruikt voor dakbedekking.

Overal zijn mannen aan het snijden en grommen tractoren. Langs de kade liggen hoog opgetast de rietbossen. Her en der zien we in het land brandjes. Daar wordt het onkruit dat 'meegeoogst' wordt, van de rietstengels weggebrand. Het is zaak om niet in de rook van de brandjes te lopen, want het stinkt verschrikkelijk. Helemaal te vermijden is het echter niet - er zijn in dit moerasgebied nauwelijks mogelijkheden om van de route af te wijken. Nog dagen hangt er een rooklucht in m'n kleren.
Zo bereiken we in de namiddag Kalenberg. In andere jaargetijden is het er altijd druk met toeristen, maar vandaag lijkt het langgerekte dorpje uitgestorven. We wandelen langs de brede vaart over het smalle fietspad met de vele kenmerkende withouten bruggetjes.
We volgen een stukje het Kanaal Steenwijk-Ossenzijl, behalve een verbindingsweg ook een scheidslijn tussen de laaggelegen Weerribben en de glooiende stuwwal van Steenwijkerwold. We steken bij de eerste brug het kanaal over. Dan is het nog een kilometer naar het Lange Pad, een voet- en fietspaadje dat temidden van berkenbos en rietmoeras naar Oldemarkt voert, waar we vanavond overnachten.
Terwijl de avondnevel opstijgt en de schemering valt, bereiken we het oude dorpje. Dankzij de lintbebouwing is ons overnachtingsadres snel gevonden: je telt gewoon de huisnummers af. Met een maaltijd in een verrassend goed restaurant besluiten we deze prachtige wandeldag. De Weerribben waren ons bekend als fietsgebied; dat je er zo mooi wandelen kunt als we vandaag ervoeren, hadden we niet gedacht. Lees verder ...
Informatie over de rietoogst is afkomstig van de website van het Nationaal Park Weerribben-Wieden.


