In de natuur
De eerste lammetjes op de Loenermark
Op een fraaie winterse zondagmiddag maken we een wandeling over de Loenermark. Een van de fraaiste natuurgebieden rond Apeldoorn en een plek waarvan we tijdens ieder bezoek tegen elkaar zeggen dat we er eigenlijk te weinig komen.
De Loenermark is een heuvelachtig gebied, bedekt met dichte bossen en golvende heidevelden met jeneverbessen, op de Oost-Veluwse Stuwwal. Het is het leefgebied van edelhert en wild zwijn.
De Natuurkaart geeft een interessant historisch overzicht van het gebied: "Op de Loenermark is al heel lang bos aanwezig dat in gezamelijk gebruik was bij de marke van Loenen. Het werd al in de tiende eeuw genoemd en bestond waarschijnlijk uit zowel bos als hakhout.

De fotoseries zijn niet beschikbaar.
Rond 1850 bestond dit bos nog uit een strook van 500 meter ter weerszijden van de Droefakkers, de weg van Loenen naar Terlet. Vanaf de rand van de Loenerenk was het ongeveer anderhalve kilometer lang. De rest van de Loenermark bestond uit heide, die tot ongeveer 1850 een essentieel onderdeel uitmaakte van het landbouwsysteem op de Loenerenk.
De heide werd met schaapskudden begraasd. In de schaapskooien werden heideplaggen als strooisel gebruikt, die de mest opvingen. Mest en plaggen werden vervolgens op de akkers op de enk gebracht. Er is nog altijd een schaapskooi en -kudde op de Loenermark. De kudde wordt nu gebruikt om de heide te verjongen. Toen de heide zijn economische functie verloren had, groeide hij langzaam dicht met bomen, of werd bebost.
In 1932, tijdens de crisisjaren, kocht de gemeente Apeldoorn de Loenermark van de Loenenaren om er werkverschaffingsprojecten uit te voeren. Men groef er zand en grind af en op de heidevelden werd op uitgebreide schaal bos aangeplant. Grote delen van het terrein zijn daarbij diep omgespit en bemest met huisvuil. In die periode is aan de rand van de zuidwestelijke heide ook een ven aangelegd. Ook een deel van de Loenerenk werd bebost. De rand van de Enk is nog herkenbaar in het bos door de Wildwal, die de akkers tegen wildvraat moest beschermen."
We wandelen vanaf de parkeerplaats aan de Groenendaalseweg langs van enorme houtstapels door een steile bosrand naar de heide. In stralende zonneschijn genieten we van het weidse uitzicht over de bruinpaarse heidevelden, waarin de grillige vormen van de jeneverbesstruiken onze fantasie aan het werk zetten. In de verte zien we schapen grazen.
Aan het eind van het langgerekte heideveld verlaten we het brede zandpad en wandelen het bos in. Het was vannacht onder nul en de plassen op het pad en de bosvennetjes zijn stevig bevroren. In de schaduw van de bomen is de grond wit berijpt.
Een wandeltocht wordt in het bos al snel een dwaaltocht. We zoeken naar een doorsteek naar de schaapskooi, maar wandelen daarvoor eigenlijk wat te ver naar het zuiden. Erg is dat niet, want het prachtig in deze stille bossen. Geen mens komen we er tegen.
Na enige tijd vinden we een smal spoor dat over een stuwwal naar een smalle weg loopt, de Droefakkers, van Loenen naar Terlet. In noordwaartse richting wandelen we terug - onderweg moeten we vanzelf de schaapskooi tegenkomen.
En zo gebeurt het ook. Na een half uur lopen zien we het groen van de grote grasweide bij de schaapskooi tussen de bomen doorschemeren.
De schaapskooi aan de Droefakkers herbergt een kudde van 150 schapen. De soort is het Veluws heideschaap, een zeldzaam huisdierras waarvan er in totaal ongeveer 1500 in Nederland zijn. De schaapherder begraast met deze kudde de 240 hectare heidevelden om ze vrij te houden van gras en bomen.
Vandaag is het echter stil rond de schaapskooi. Het is fraai weer en de herder is met de dieren de heide op getrokken. Eerder op de wandeling zagen we ze al lopen. "Naar de kudde?" kijken we elkaar vragend aan. Naar de kudde.
De kudde graast in een kleine, met heidestruiken begroeide kom. Bij aankomst worden we begroet door een kleine keeshond, de 'hulphond' van de bordercollie die samen met de herderin de schapen hoedt. Verderop staan enkele mensen met de herderin te praten. Langzaam lopen we dichterbij.
Er wordt gewezen. Een schaap ligt op de grond, wat apart van de kudde. "U treft het. Er worden net twee lammetjes geboren", vertelt de herderin ons met een brede glimlach. "Het zijn de nummers drie en vier van het jaar. Vannacht, in de schaapskooi, kwamen de eerste twee ter wereld."
Vanaf een afstandje zien we toe hoe moeder schaap haar pasgeboren kinderen schoonlikt. Gelukkig dat de geboorte in de beschutting van het dalletje plaatsvond, want er staat een koude wind. Kijk, het eerste lam probeert al te staan. Schutterig krabbelt het diertje overeind en zet zijn eerste, wankele, schreden. Moeder schaap duwt hem met haar neus in de richting van haar tepels.

Om te overleven moet het jong niet alleen lopen maar vooral drinken. "Zo'n anderhalve liter moedermelk in de eerste uren", vertelt de herderin, die het gebeuren goed in de gaten houdt. Behalve heideschapen telt de kudde ook een aantal heidekoeien. Nieuwsgierige beesten. Terwijl de andere schapen rustig op een afstandje blijven grazen, zijn de koeien niet weg te slaan bij de moeder en haar kinderen. De herderin moet er aan te pas komen om ze een beetje uit de buurt te houden. " Het gevaar bestaat dat ze de moeder opjaagt, die dan haar kinderen niet kan verzorgen".
Van de andere kant komt nog een bedreiging. Nieuwsgierige wandelaars komen over de heide naderbij om te zien wat er aan de hand is. Gelukkig volgen ze de instructies van de herderin op en lopen een andere kant op om de dieren niet te verstoren.
Het tweede lam staat inmiddels ook op de benen, terwijl nummer een de weg naar de melk al gevonden heeft. "Het is een ervaren moederschaap", vertelt de herderin. "Het is niet haar eerste geboorte. Ze weet precies wat ze moet doen en hoe ze het moet doen." Ze bergt ondertussen de mobiele telefoon op waarmee ze een andere herder heeft gebeld om hem te vragen de jonge dieren op te halen.
De kudde graast ondertussen rustig verder. Stukje bij beetje lopen de schapen en koeien wat verder weg, maar de oplettende schaapshond drijft ze terug, met wat hulp van de herderin.
Even later arriveert de herder. Met rustige gebaren, om moeder schaap niet te beangstigen, pakt hij de lammetjes in een grote doek. Met moeder in zijn kielzog wandelt hij naar het pad. Daar toont hij het schaap (en ons) de lammetjes. "Kijk eens wat een prachtige kinderen!", roept hij.

Met moeder schaap naast hem en de lammetjes in de arm wandelt hij terug naar de schaapskooi. Hond en herderin dirigeren de rest van de kudde er achteraan. Einde van een onverwacht en bijzonder tafereel dat op deze koude winterdag zo mooi de nieuwe lente aankondigde.
Zeer tevreden aanvaarden we de terugweg over de nog steeds zonovergoten heide naar ons uitgangspunt. Het was een prachtige dag!


